Participatie / Werk en Inkomen

Participatie / Werk en Inkomen

Midden-Nederland

24 september 2018

Onder de loep

Beverwijk, Heemskerk, Velsen | De nieuwe participatieraad organiseert participatie

Het verbreden, verjongen en vervroegen van de burgerparticipatie past bij de nieuwe taken in het sociaal domein, vindt de regio IJmond. De participatieraad is daarom nu zelf de aanjager van participatie en beoordeelt geen rapporten meer.

“Gemeenten hebben er in het sociaal domein veel taken bijgekregen”, verklaart Marja van Leeuwen, senior beleidsadviseur gemeente Beverwijk. “De gemeenten in IJmond voeren er veel samen uit, maar sommige dingen doen ze alleen. De vraag was hoe we dat konden organiseren: we hadden een lokale én een regionale participatieraad nodig.” Een goede aanleiding om meteen het hele participatiesysteem te vernieuwen. Sinds 1 april 2018 zijn de ‘raden nieuwe stijl’ actief in de drie gemeenten.

“In het tijdperk hiervoor had je een Wmo-raad en een cliëntenraad. Die dachten mee”, vertelt Cees Hamers, lid van de nieuwe participatieraad Beverwijk. “De grote verandering die wij inzetten is dat we de burgers erbij halen. We schrijven geen plannen meer, maar gaan direct naar buiten. Door vroegtijdig inwoners te betrekken is het mogelijk om onderwerpen op de agenda te zetten. Die leggen we voor aan de mensen.”

Kwetsbaar is het proces wel, zegt Hamers. “Je moet ervoor zorgen dat de betrokkenheid goed is georganiseerd. Mensen moeten het gevoel hebben dat ze iets voor hun – vrijwillige – inspanningen terugkrijgen of er iets van terugzien.” Een andere valkuil is dat de nieuwe participatieraad iets vindt van een beleidsnotitie of een idee. “Dat de notitie of het idee op de juiste plek komt, is onze taak.”

Meer dan voorheen is het de taak van de leden van de participatieraad om actief netwerken te hebben en te organiseren. Participatie wordt dichter bij inwoners georganiseerd: in wijken, buurten en social communities als scholen en buurtclubs.

Tips

  • In de participatieraad zitten vrijwilligers, dus stel de ambities niet te hoog, zodat de werkdruk acceptabel blijft.
  • Zorg ervoor dat de leden van de raad al een netwerk achter zich hebben.
  • Regel verschillende soorten mensen met verschillende deskundigheden.

Reactie

‘Zo bereik je nieuwe groepen’

“Dat je als gemeente niet zelf de participatie organiseert, maar dat door de participatieraad laat doen, vind ik verfrissend. Zo kom je denk ik tot nieuwe vormen en kun je nieuwe groepen bereiken. Bovendien haal je de participatie naar voren en maak je het traject breder. Misschien levert dat wel heel nieuwe inzichten op.”

Stella Lemmens (adviseur Sociaal Domein in Stichtse Vecht)

Onder de loep

Alphen aan den Rijn | Integratie per workshop

Inburgeringstrajecten kunnen statushouders in een passieve stand zetten en ontmoedigen. Alphen aan den Rijn wilde dat voorkomen en geeft hen met een praktische en snelle aanpak een sprong vooruit in de samenleving.

In een tijdsbestek van één jaar zetten ze in Alphen aan den Rijn statushouders in één keer in de samenleving. Ze krijgen eerst een ‘warm welkom’: een gesprek waarin ze informatie krijgen over onder andere huisvesting en belangrijke instanties. In hun eigen taal, omdat niet verwacht mag worden dat vluchtelingen meteen de Nederlandse taal machtig zijn. Anders missen ze cruciale info. Die krijgen ze ook op een usb-stick mee.

Vervolgens krijgen ze coaches van buurtwelzijnsorganisatie Tom in de Buurt (zorg en welzijn), de gemeente, Boost (talentontwikkeling) en Alphen Beweegt (gezonde leefstijl). Ze moeten verplicht een aantal workshops volgen. In één dag krijgen ze dan alles mee op een bepaald thema, bijvoorbeeld volkshuisvesting, kernwaarden of gezondheid. “We doen alles in één dag, zodat de statushouder er niet telkens voor terug hoeft te komen en gemotiveerd blijft”, legt Thomas Vader van Alphen Beweegt uit.

De vorm van de workshops nodigt deelnemers uit elkaar te helpen. Zo is er een bordspel waarop ze belangrijke locaties leren. Ze kunnen nog steeds in hun eigen taal spreken, maar worden wel uitgenodigd zoveel mogelijk in het Nederlands te praten. Een statushouder die een Nederlands woord wél weet, helpt zo de ander.

Een diëtiste vertelt over gezonde voeding, de risico’s van teveel zout- en suikergebruik, maar ook de vindplaatsen van gezonde voeding in de winkel. Voorts leren de statushouders met een lening, verzekering en bankpas om te gaan.

De Alphense aanpak is collectief. Alleenstaande minderjarige asielzoekers krijgen wel individuele begeleiding, omdat deze groep kwetsbaar is.

Samen met Piëzo (sociaal-maatschappelijk werk) wordt tot slot passend vrijwilligerswerk gezocht. De statushouders komen zo alvast het arbeidsproces in en worden klaargestoomd voor een betaalde baan. Ook leren ze via het werk de stad, de instanties en de mensen kennen.

Reactie

‘Mooi dat Alphen alles zelf doet’

“Ik weet dat ze in Alphen verbinding zoeken tussen alle sectoren. Mooi vind ik ook dat ze niet uitbesteden, maar zelf alles doen. Bij ons is zo’n inburgeringsverklaring een moetje, in Alphen hebben ze een eigen verklaring gemaakt. We werken veel met Vluchtelingenwerk, maar zouden klanten ook langer zelf in beeld willen hebben. Zo’n opzet van één dag is top. Voor de statushouder is het allemaal kostbare tijd en je bereikt zo meer. Ze zullen meer bereid zijn mee te doen.”

Ella Visser (HLT samen – Hillegom, Lisse, Teylingen)

Onder de loep

Alkmaar | Wijkleerbedrijf: leren en activeren ineen

Mensen met afstand tot de arbeidsmarkt worden geactiveerd, mbo-leerlingen niveau 2 kunnen stagelopen en wijkbewoners krijgen hulp aan huis. Drie vliegen in één klap. Dat is het idee achter het wijkleerbedrijf in Alkmaar-Zuid. Opgezet door de gemeente, zorginstelling NiKo en Calibris.

Het idee voor het wijkleerbedrijf ontstond nadat de wijkcentra enkele jaren geleden sloten en er een tekort aan stageplaatsen voor mbo-leerlingen was, terwijl de vraag naar informele zorg steeg. In het kader van het maatschappelijke project Goede Buur werd het wijkleerbedrijf bedacht. Het plaatselijke Horizon College verzorgt het onderwijs.

Deelnemende leerlingen hebben indicatie voor passend onderwijs. Een coördinator kijkt welke wijkbewoners behoefte hebben aan zorg en waar de potenties van de leerlingen liggen. Dat kan ook aandacht voor kinderen in een overbelast gezin zijn, of ondersteuning bij een wijkactiviteit. Enerzijds worden leerlingen zo naar werk toe geleid, anderzijds is de gemeente geholpen met activering van wijkbewoners.

Kenmerken van het wijkleerbedrijf zijn onder andere regelmatige individuele begeleiding en werken met weektaken. Een leerling krijgt eerst een met de coördinator, waarin de potenties worden bekeken. Daarna vindt een klikgesprek plaats met de hulp-vragende bewoner, die via een flyer op deze mogelijkheid is gewezen. Vervolgens gaat de leerling bij de bewoner aan de slag.

Financiering van dit traject gebeurt vanuit onder andere zorginstelling NiKo, gemeentesubsidie en Wmo-geld. Het eerste jaar leverde 30 diploma’s op en 7.000 informele hulpuren. In februari 2019 begint een nieuwe ronde, dit maal met een groep volwassenen met grote afstand tot de arbeidsmarkt. NiKo en de Zorgcirkel (thuiszorg) verzekeren dat ze elk vijftien mensen zullen aannemen na het traject.

Tips

  • Kies voor een vast rooster voor stages, maar laat leerlingen schooluren zelf bepalen.
  • Zet alleen een wijkleerbedrijf op in wijken met een grote hulpbehoefte.
  • De hulp mag niet formele zorg vervangen.

Reactie

‘Kleinschalig en persoonlijk is goed’

“In Schiedam hebben wij de kansenfabriek, maar dat is zonder het ROC. Dat is interessant aan het wijkleerbedrijf. Leuk is ook dat het kleinschalig is en een persoonlijk aanbod kent. Ik vraag me wel af waarom het ROC dit zelf niet biedt. Je krijgt nu toch een soort speciaal onderwijs. Waarom kunnen grote traditionele instellingen dit niet en wijkorganisaties wel? En wat gaan die instellingen zelf dan doen?”

Laurens Steerneman (gemeente Schiedam)

In het kort

Leiden | Omhoog op de ladder door individuele benadering

In twee wijken in Leiden worden sinds eind 2017 bewoners op de onderste twee treden van de participatieladder individueel benaderd door mensen van Project Door, van vrijwilligersorganisatie iDoe. Het doel: hen hoger op die ladder laten komen, bijvoorbeeld door deelname aan activiteiten.

“Wij hebben die groep nog nooit bereikt, gaf de gemeente ons mee toen we begonnen”, vertelt Sophy Wolters van Door. “Inmiddels hebben we 171 huisbezoeken afgelegd. We vragen deze mensen wat ze nu doen en wat ze willen van het leven. Vervolgens bieden we daarvoor een traject aan. Vaak is daar maatwerk voor nodig.”

Wolters merkt namelijk dat activiteiten in het buurthuis nauwelijks aansluiten op hun belevingswereld. “Aerobics of een sollicitatietraining is echt een stap te ver. We zetten nu zelf een buurtsportschooltje op voor deze groep. En op verzoek van een bewoner beginnen we een laagdrempelige cursus. Vrijwilligerswerk in de buurt is ook mogelijk.” Met resultaat: 40 procent van de bezochte cliënten heeft al stappen gezet.

Tip

Vraag bewoners zelf wat nodig is om hen meer te laten participeren. En creëer desnoods zelf het bijpassende aanbod.

Navigatie