Nieuwe economie

 

De Provincie Zuid-Holland wil een nieuwe economie zijn. Deze economie kent digitale technologie en hergebruikt grondstoffen in de productieketen om weer nieuwe waarde te creëren. Van fossiel naar circulair. De Provincie neemt ook een nieuwe rol in om partijen samen te brengen voor het bereiken van de ambities. Waar ze ooit het ‘middenbestuur’ werd genoemd, wil ze ‘temiddenbestuur’ zijn.

 

 

 

 

 

Identiteit in de strijd tegen lege winkelpanden

 

In Rotterdam en Den Haag gaat het goed met de detailhandel, dankzij ruim aanbod voor specifieke winkels. Dorpen weten zich ook goed te handhaven voor dagelijkse boodschappen. Maar middelgrote kernen hebben het moeilijk, zo blijkt uit het laatste koopstromenonderzoek. Zij concurreren met de grote webshops die snel leveren en een ruim aanbod hebben.

 

Op dit moment is het volume aan webshops voor niet-dagelijkse boodschappen gelijk aan fysieke winkels in deze sector. Ook XL-supermarkten verliezen terrein doordat mensen graag in de eigen wijk dagelijkse boodschappen doen en daar de ‘supers’ verbeteren. Alleen bevolkingsgroei lijkt een aantal kernen te redden.

Leiden is een bijzonder geval: ondanks de redelijke omvang en aanwezigheid van een station lukt het de stad niet mensen aan de winkels te binden. Mogelijk doordat Den Haag dichtbij is en in omliggende kernen goede winkelvoorzieningen zijn. In een Retailvisie wil Leiden nu via focus op een onderscheidend aanbod komen.

 

Indikken

Wat te doen met de lege panden? Veel gemeenten kiezen voor ombouw naar woningen, al neemt daardoor het voorzieningenniveau verder af. Een aantal kiest voor indikken: winkels in één gebied concentreren. Maar ook valt de keuze regelmatig op het terugplaatsen van grote voorzieningen naar het centrum die juist naar de rand van de stad waren verplaatst. In Dordrecht werden functies gebundeld: de bibliotheek werd naar een leegstaand historisch pand verplaatst bij het winkelgebied.

 

Duidelijkheid

Het bureau DNTP adviseert om als gemeente duidelijk aan te geven in welk deel van het centrum de winkels geconcentreerd zullen worden. Dat schept duidelijkheid voor ondernemers: hier gaat het gebeuren. Maar ook voor de gemeente. Andere delen kunnen als transitiegebieden aangewezen worden, zodat winkels omgebouwd kunnen worden tot woningen of een combinatie van werken en wonen, of een binnentuin waar speelplekken aangelegd kan worden.

Ook een duidelijke detailhandelsidentiteit helpt: wanneer de grote steden al de grote concerns ‘in huis’ hebben, waarom zou je dan willen concurreren door ze ook binnen te halen? Terwijl je je kunt onderscheiden met boetiekjes, ambachtszaken en kwaliteitswinkels?

 

 

Sandra van Eijk, gemeente Oegstgeest:

‘Kennis buiten de regio delen’

“Ik ben verantwoordelijk voor de Omgevingsvisie in Oegstgeest en moet de inzichten over detailhandel hierin meenemen. We zijn wettelijk niet verplicht om dat te doen maar nemen het wel serieus. Mij valt op dat onder gemeenten verschillen zijn in kennis. We kunnen elkaars kennis meer gebruiken. De Provincie zou dat kunnen faciliteren. Zij heeft overzicht. We richten ons snel op onze regio, maar daarbuiten gebeurt ook veel.”

 

 

Merel Weekenborg, gemeente Delft

‘Startpunt voor gemeenten’

“De detailhandelsinformatie van de Provincie is een mooi startpunt voor gemeenten. Je ziet de trends in heel Zuid-Holland en kunt vergelijken. In Delft zie je daling van detailhandel maar géén leegstand. Wellicht dankzij de buitenlandse toeristen die het toch leuk vinden in die kleine winkeltjes te kijken. We hebben pop-upstores. En om Delft liggen kleinere kernen die op Delft zijn gericht.”

<

>