Best bereikbare provincie
In zo’n druk gebied als het onze moet moderne mobiliteit van Zuid-Holland de best bereikbare provincie maken. Nieuwe vervoerssystemen en optimaal gebruik van de infrastructuur brengen steden dichter bij elkaar. Een optimale verbinding met andere economische centra – nationaal en internationaal – is nodig. En aansluiting van de periferie hierop.

Verdichting steden, aansluiting periferie
We lopen in Zuid-Holland veel kansen én geld mis doordat de regio’s Rotterdam en Den Haag nog meer op elkaar kunnen aansluiten. De veranderende economie en het keuzegedrag van reizigers vraagt om nieuwe maatregelen, zeker wanneer er nog 230.000 woningen bijkomen, die nieuwe knelpunten creëren. Als we de agglomeratiekracht willen versterken, dan zal de bereikbaarheid in en tussen de steden van de Zuidelijke Randstad verder moeten worden verbeterd. Dat stelt een OESO-onderzoek. in het recent opgeleverde Mirt-onderzoek Bereikbaarheid Rotterdam-Den Haag is dit onderzocht.
In dit onderzoek staan vier uitgangspunten:
Knelpunten
Uit een onderzoek naar de toekomstige capaciteit van infrastructuur in heel Nederland (de Nationale Markt & Capaciteitsanalyse; de NMCA) blijkt dat in de toekomst knelpunten zijn te verwachten op de wegen A4 (tussen Den Haag en Rotterdam), A15, A12, de HSL, het spoor tussen Leiden en Den Haag, met het OV in de binnensteden van Den Haag en Rotterdam en op het traject waar alle RandstadRail-lijnen samenkomen.
De Provincie richt zich in haar visie op:
Picasso
Vanuit deze uitgangspunten stelde de provincie vier mogelijke (uiterste) perspectieven vast, waaruit weer twee toekomstbeelden volgden: 1. krachtenbundeling rond het lint Leiden-Den Haag- Rotterdam-Dordrecht; 2. krachten verdelen over het gebied rond deze steden. Uiteindelijk kwam daaruit één toekomstbeeld (door de blokken en kleuren ook wel ‘Picasso’ genoemd). Hierin voorziet de provincie voor de lange termijn voor Den Haag verdichting van de agglomeratie, versterking van het OV, autoluwe binnenstad en ontwikkeling van de Binckhorst.
In Rotterdam zou de oever ontwikkeld kunnen worden zodat Zuid betrokken wordt bij de noordelijke stad. Daarnaast is een schaalsprong van OV mogelijk in de steden én door scheiding van lightrail en heavy rail. Dat kost wel wat, daarom zou op korte termijn in ieder geval het aantal Sprinters toe kunnen nemen voor snel transport.
Regionaal gaat aandacht naar het Westland/Greenport, de ontsluiting van Voorne-Putten, de verbinding tussen Leiden en omliggende kernen en naar het Middengebied tussen Zoetermeer, Gouda en Delft.
Locaal niveau
De provincie bekijkt de infrastructuur-opgaven daarnaast ook met de partners in de regio & op gemeentelijk niveau. Ook hier zouden maatregelen ‘vanaf de voordeur’ de agglomeratiekracht moeten helpen versterken zodat iedereen sneller en makkelijker op zijn of haar bestemming kan aankomen.
Meer info: www.mirt-rotterdamdenhaag.nl

‘Kennis van Provincie helpt mij’
“Ik ga bij mijn collega vragen waarom in de kaart van de provincie de verbinding Leiden-Utrecht niet is ingetekend als knelpunt. Dat is het namelijk wel. De kennis die ik hier hoor, had me kunnen helpen toen ik meehielp de Omgevingswet voor Hart van Holland te formuleren. We moeten zien de mensen in de periferie uit de auto te krijgen. Zelf zit ik als strateeg nooit met de provincie aan tafel, maar zo’n Open Huis is goed, moet meer gebeuren.”

‘Integrale aanpak belangrijk’
“Als ik de analyse van de provincie van de infrastructuur in de regio zie, valt me op hoe druk het is qua mobiliteit, economie en wonen. En tegelijk zijn er prachtige open gebieden, waar onze leden recreëren. In de Omgevingsvisie van de provincie zitten beide. Wat ik belangrijk vind, is de integrale aanpak: MIRT gaat óók over leefbaarheid en wonen. Omgekeerd heeft de provincie gevraagd over de N59 te praten. Daar gebeuren nog steeds veel ongelukken en we gaan samen kijken hoe we mensen kunnen wijzen op rijgedrag.”

De ‘why’-vraag verbindt’
Transformatieopgave Schieoevers
Zuid-Holland heeft de komende vijftien jaar een bouwopgave van 240.000 woningen. De tijd van de grote uitbreidingen hebben we achter ons gelaten. Inbreiden en verdichten is de opgave. Waar doe je dat? Hoe? Vandaag is het Delftse bedrijventerrein Schieoevers onderwerp van gesprek.
Met zo’n 120 hectare is Schieoevers het grootste bedrijventerrein van Delft. Een gebied met potentie: aan het water en vlakbij twee belangrijke snelwegen, station Delft-Zuid en de historische binnenstad. Ook de TU Delft Campus en Technopolis ligt om de hoek. De geplande gebiedsontwikkeling Schieoevers Noord in Delft betreft onder andere een woningbouwproject van tweeduizend tot drieduizend woningen voor studenten, starters, gezinnen en senioren en daarnaast bedrijfsruimten. Het plan geeft ruimte voor de zo gewenste aanpassing van de omliggende bedrijven. Het gebied Schieoevers Zuid blijft bedrijventerrein waar mogelijk te verplaatsen bedrijven een plek kunnen krijgen. De gemeente Delft werkt samen met gebieds- en vastgoedontwikkelaars aan deze transformatieopgave.
Beweging
Maarten Kool is projectontwikkelaar bij AM en schuift graag aan bij medewerkers van de provincie. “Ik ben echt benieuwd naar hoe dit overheidsorgaan denkt over Schieoevers. Wat zijn de plannen op het gebied van verstedelijking, bedrijvigheid, vaarwegen? Ik zie dat er beweging is, dat de provincie en de gemeente willen ontwikkelen. Dit creëert kansen voor dit bijzondere gebied. Het is prettig om in een vroeg stadium betrokken te zijn, zodat je snel kunt anticiperen. En gelukkig wordt niet alles dichtgetimmerd. Belangen worden integraal afgewogen, maar op deelprojecten is er al ruimte. Zo hebben we al een aanlegsteiger mogen maken voor Royal Delft, zodat ook watertoeristen een bezoek kunnen brengen. Ik hoop op meer positieve en tijdige besluiten zodat we samen iets moois tot stand kunnen brengen.”
Why
De roep om deelgebieden al te kunnen ontwikkelen klinkt ook uit de mond van Lodewijk Lacroix, strategisch adviseur bij de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). “Maak een masterplan, stel kaders, maar zet ook stappen. En heel belangrijk: stel een onafhankelijk procesmanager aan die belangen verbindt. We denken zo vaak in oplossingen, het liefst in ons eigen straatje natuurlijk. Maar dan vergeten we de ‘why’. Als je niet oppast gaat de discussie over de locatie van een brug. Terwijl het moet gaan over hoe je de bereikbaarheid van een gebied dient. Dat is een heel ander verhaal. De ‘why-vraag’ verbindt.”
Kritische blik
Ingeborg Pronk is vandaag gespreksleider en in het dagelijks leven adviseur strategie bij de dienst beheer infrastructuur. Ze is maar wat blij met de kritische blik van bezoekers. “We maken hier plannen voor de lange termijn, bruggen en oevers gaan honderd jaar mee en moeten dus een goede locatie hebben. Ook spelen er altijd veel verschillende belangen. Dan is het goed als de buitenwereld met je meekijkt, dat houdt ons scherp.”

‘Uit de loopgraven’
“Van oudsher werden ontwikkelgebieden te veel vanuit de verschillende overheden en partijen en vanuit verschillende sectoren bekeken. Dan hadden wij de aangevraagde subsidie klaarliggen, maar gooide een andere organisatie of afdeling nog roet in het eten. Nu wordt er meer integraal naar een gebied gekeken, in samenwerking met alle partners. Natuurlijk loop je dan nog tegen allerlei hobbels aan, maar op deze manier blijf je zo lang mogelijk uit de loopgraven. Ik hoop dat er nog veel meer ontwerpateliers, debatsessies en open huizen worden georganiseerd. Dat is namelijk heel belangrijk om samen iets te bewerkstelligen.”

‘Gemeenschappelijk doel’
“Volgens mij ben ik een van de weinige ontwikkelaars die hier vandaag rondloopt. Een gemiste kans voor mijn collega’s, want je proeft hier toch wat er leeft, hoe de hazen lopen. Heel belangrijk voor onze sector om daar feeling mee te hebben. Je krijgt hier geen garanties en je maakt geen harde afspraken, maar het is fijn om op een laagdrempelige manier eens binnen te lopen. Het doet me goed om te zien dat de blik naar buiten gaat, dat er openheid is. We dienen natuurlijk andere belangen, maar we hebben wel een gemeenschappelijk doel; met elkaar de ruimtelijke ordening op een hoger plan brengen.”
Opgavegericht werken
Hoe ontwikkelt de provincie zich naar een lerende organisatie die flexibel omgaat met noodzakelijke veranderingen? Tijdens het Open Huis van de provincie Zuid-Holland konden bezoekers daarover in gesprek met medewerkers van P&O en met facilitatoren van leermgevingen. Een impressie in cartoons.



<>
MIRT
Schieoevers
Opgavegericht werken