Digitaal en transparant

 

De provincie Zuid-Holland wil als gelijke partner met andere overheden, bedrijven en bewoners werken. Ze wil hen daarbij ten dienste zijn in de voorbereiding op de Omgevingswet. De provincie heeft overzicht en kan partijen samenbrengen. Digitalisering is dan belangrijk: dat  draagt bij aan transparantie, snelheid en een integrale aanpak. Bezoekers van het Open Huis konden zien hoe de Provincie platforms inricht voor kennisdeling, ervaring opdoen met het nieuwe digitale stelsel en bespreken hoe je met de Omgevingswet aan de slag kunt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

35 zinnen voor de provincie

 

Voor het Open Huis waren medewerkers van Digitalisering Omgevingswet en vanuit Transparante en Open Provincie (TOP) benieuwd welke onderwerpen bij bezoekers leven. Uiteindelijk hebben 35 mensen in één zin iets aan de provincie meegegeven.

 

De volgende zinnen zijn door bezoekers van het Open Huis aan de provincie meegegeven:

  • “Als rot in het vak wil ik een tip delen over de inzet van wizkids en kritische collega’s zodat ik en wij hierop meeliften en leren.”
  • “Als een omgevingsdienst wil ik afspraken maken over uniformeren datadefinities & datakwaliteit zodat ik met jullie hierin stappen zet.”
  • “Als een toekomstig gebruiker van de Omgevingswet wil ik weten waar het gaat schuren in de praktijk zodat ik en wij allen hiermee kunnen omgaan.”
  • “Als een omgevingsdienst wil ik nú leren en aansluiten ondanks dat VTH later volgt vanwege de Omgevingswet en het DSO zodat ik voorbereid ben en geen tijd kwijt raak.”
  • “Als een aanjager wil ik delen in praktijkervaringen zodat ik met jullie leer.”

 

 

En wat doet de provincie hier nu verder mee?

 

Margo ter Bekke, Digitalisering Omgevingswet:

“Ik heb leuke gesprekken gehad en naar aanleiding hiervan ga ik nog eens langs bij partijen. Qua uitkomst van de user-stories haal ik er twee rode lijnen uit:

1. Bij gemeenten gaat het er om dat de Omgevingswet praktisch uitvoerbaar is, en dat we samen antwoord vinden op de schuurpunten: conflicten binnen de wet vanuit de verschillende domeinen. Een illustratie uit de praktijk van een bakkerij: wat doe je als vanuit de optiek van arboveiligheid een ruwe tegel een must is, en vanwege hygiëne/voedselveiligheid juist een absolute no go?

2. Bij de omgevingsdiensten is er besef dat VTH nog niet is opgenomen in de requirements van het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Tegelijkertijd willen zij zeker nú aanhaken en meedoen. Hun onderwerpen zijn datakwaliteit, digitale archivering en uniformering in datadefinities.

Beide onderwerpen hebben we onze aandacht. Over de schuurpunten in de Omgevingswet heeft de provincie contact met de vijf regiotafels. Recent hebben we bestuurders (wethouders, hoogheemraden etc) uitgenodigd voor een zogenaamde ‘bestuurlijke botsproef’. Hier werd aandacht gevraagd voor schuurpunten. Daarnaast heb ik veel contact met mijn provinciale VTH-collega’s; dat we samen optrekken op gebied van digitalisering.”

 

 

Frans de Graaf, Transparante en Open Provincie:

“Ik heb gesproken met gemeenten, en ook met een aantal collega’s van binnen de provincie. Hier zijn interessante aanknopingspunten uitgekomen waar wij vanuit het programma Transparante en Open Provincie mee verder kunnen. Zo gaan we kijken wat we kunnen betekenen voor het team Energietransitie, bijvoorbeeld bij de doorontwikkeling van de regionale warmte-atlas.”

 

 

 

 

Platforms voor voorbereiding Omgevingswet

 

De fysieke leefomgeving houdt niet op bij de grenzen van een gemeente, provincie of waterschap. In Zuid-Holland praten gemeenten, waterschappen, de provincie, omgevingsdiensten, veiligheidsregio’s, GGD’en in vijf regionale platforms ter voorbereiding op de Omgevingswet. Ze hebben een ‘gedeelde agenda’ en wisselen kennis en informatie uit over bevoegdheidsverschuivingen, digitalisering, beleidsmatige afstemming en participatie. De samenwerking hebben ze in een bestuursakkoord vastgelegd.

 

Partners van de provincie uitten zich tijdens de discussie tijdens het Open Huis positief over het gesprek dat de provincie aangaat via regionale samenwerking en over het instellen van een provinciaal platform. Het getuigt volgens een van de aanwezigen van ‘een andere houding, eentje die uitgaat van samenwerking’.

 

Praktijkvoorbeelden

Partners hebben veel behoefte aan kennis- en ervaringen delen. Zo wilde Margreet Schotman (hoofd afdeling stedelijke ontwikkeling gemeente Rotterdam) praktijkvoorbeelden, maar ook partners om gezamenlijk verder te komen richting een integraal en een meer gezamenlijk omgevingsbeleid.

Er was ook belangstelling voor de regionale samenwerking en het provinciaal platform. Waterschappen willen zich graag bemoeien met de verstedelijking, want dit is van belang voor klimaatbestendig bouwen.

MIRT gaat óók over leefbaarheid en wonen. Omgekeerd heeft de provincie gevraagd over de N59 te praten. Daar gebeuren nog steeds veel ongelukken en we gaan samen kijken hoe we mensen kunnen wijzen op rijgedrag.”

 

 

 

 

 

 

 

DSO: van digitalisering naar samen werken

 

Werken met de Omgevingswet is voor veel medewerkers bij decentrale overheden nieuw en wennen. Ambtenaren die niet gewend zijn met dergelijke digitale werkomgevingen te werken, moeten zich erin verdiepen én samenwerken. Het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) vraagt een integrale werkwijze.

 

DSO kent vier uitgangspunten. Het moet allereerst ondersteuning geven zodat initiatiefnemers en overheden sneller tot een besluit kunnen komen. Initiatiefnemers en overheden moeten er daarnaast  alle informatie kunnen vinden over de fysieke leefomgeving. Zo kunnen ze direct zien of een idee voor een initiatief überhaupt mogelijk is en met welke regels ze rekening moeten houden.

Derde doel is dat decentrale overheden nu gaan kijken waar ze welke ruimte voor initiatieven willen geven. Dankzij de decentralisatie van de Omgevingswet hebben zij nu meer beleidsruimte, naast de algemeen geldende regels. Per situatie kunnen ze op eigen niveau regels hiervoor opstellen.

Tot slot moeten overheden tot een samenhangende benadering van de fysieke omgeving komen. De lokale regels moeten vertaald worden in het aanvraagformulier. Dat is nieuw, want eerst stonden alle voorzieningen nog los van elkaar.

 

Kort-cyclisch

De ontwikkeling van het DSO is een langdurig programma met een groot aantal projecten. Maar doordat kort-cyclisch aan de digitalisering wordt gewerkt, kun je al snel tussenresultaten bekijken. Direct aan de slag dus. Vroeger ging er veel tijd overheen voor de definiëring, uitvoering en correctie van het eindproduct van de digitalisering.

De digitalisering betekent een andere manier van werken. Mensen die in de ruimtelijke ordening werken, zijn het al enigszins gewend, vele anderen niet. De regels vragen ook een andere beschrijving. Medewerkers van verschillende disciplines moeten nu samenwerken in het digitale stelsel. Zij zullen moeten afstemmen.

 

Regiobijeenkomsten

De provincie organiseert regiobijeenkomst met lokale overheidspartijen zoals gemeenten en omgevingsdiensten. Daardoor kunnen deze partijen al in een vroegtijdig stadium nieuwe werkwijzen met elkaar afstemmen. Met name grotere gemeenten zijn er al mee aan de slag. Kleinere wachten nog af, terwijl ook zij voorbereid moeten zijn.

 

Meer info:

www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl

Hierop staat ook een informatieloket.

 

 

 

 

 

 

 

Leerkring: werken aan nieuw systeem van vergunningverlening

 

In de Leerkring Omgevingsvergunning nieuwe stijl vergelijken Provincie en omgevingsdiensten wat er onder de Omgevingswet anders/nieuw is voor het verlenen van een vergunning bij milieubelastende activiteiten. De eerste ervaringen zijn er: veel vragen zijn in kaart gebracht. Nu de antwoorden nog.

 

De Omgevingswet vraagt medewerkers die ermee gaan werken om een andere werkwijze. Ze wil allereerst inzichtelijkheid, voorspelbaarheid en gebruikersgemak. Daarnaast wil ze een samenhangende benadering, zowel in beleid, uitvoering als regelgeving. De Omgevingswet beoogt ook een versnelling en verbetering van de besluitvorming en biedt ruimte aan lokale, bestuurlijke afwegingen.

 

Leerkring

Dat geldt niet alleen voor de instrumenten ‘visie’, ‘plan’ en ‘verordening’, maar ook voor de vergunningverlening onder de Omgevingswet. Samen met de vijf omgevingsdiensten vergelijkt de provincie de oude en de nieuwe manier van vergunningverlening voor milieubelastende activiteiten. Er worden ook eerste afspraken gemaakt hoe die nieuwe situatie te organiseren. Deze afspraken gaan niet alleen over de inhoud maar ook over de manier waarop het gaat gebeuren.

Deze afspraken worden gemaakt in de zogenoemde Leerkring Omgevingsvergunning nieuwe stijl. De eerste bevindingen in die discussies zijn tijdens het Open Huis gedeeld. In de Leerkring is er aandacht voor inhoudelijke zaken zoals de positie van vooroverleg, de (grotere) verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer, de participatie bij vergunningverlening en gezondheid als criterium bij de vergunningverlening.

 

Verkenningsfase

Het gebruik van de vergrote bestuurlijke afwegingruimte, de noodzakelijk versterking van de (gemeentelijke) samenwerking, de positie van de Omgevingsdiensten en vele andere zaken kwamen tijdens de Leerkring voorbij.

Conclusie is dat de Provincie nog in een verkenningsfase zit. De antwoorden op vragen en dilemma’s uit deze verkenningsfase komen de komende jaren aan bod. Uit de discussies blijkt dat dat er veel meer vragen en dus oplossingen nodig zijn dan zo op het eerste gezicht lijkt.

 

Meer weten?

Projectplan Leerkring Omgevingsvergunning nieuwe stijl (jan. 2016)

Tussentijdse Evaluatie Leerkring Omgevingsvergunning nieuwe stijl (jan. 2017)

Presentatie tijdens Open Huis over de Eerste ervaringen

 

Platforms Omgevingswet

35 zinnen

DSO

Leerkring Omgevingsvergunning

<

>