Thema: Radicalisering en extremisme

Rob Witte, Art 1, kenniscentrum discriminatie Nederland:

‘Bagatelliseer extreemrechts niet’

“Signalering van extreemrechts staat nog in de kinderschoenen.” Dat constateert Rob Witte, teamleider bij Art. 1. Waar eindigt de boze burger en begint rechtsextremisme? En wat moet je er als gemeente mee?

Anders dan de radicale islam is radicalisering vanuit extreemrechtse ideologie een relatief nieuw issue voor gemeenten. Signalering is niet altijd gemakkelijk, stelt Rob Witte van Art.1, kenniscentrum discriminatie Nederland. “Waar ligt de grens tussen boze burger, populisme, en rechtsextremisme? Je moet niet iedereen onder ‘boze burger’ scharen. Dan bagatelliseer je het probleem. Ik heb demonstraties van ‘boze burgers’ gezien bij de komst van een asielzoekerscentrum. Daar stonden diehard neo-nazi’s bij.”

Meer prioriteit

Bij extreemrechts activisme is sprake van radicale denkbeelden op het vlak van vreemdelingenhaat, haat tegen vreemde cultuurelementen of ultranationalisme, maar de grens van de wet wordt niet overschreden, definieert de NCTV. Die grens wordt wel overschreden als er vanuit dat gedachtengoed geweld wordt gebruikt. Dergelijke gewelddadige incidenten zijn er geweest. Witte wijst op een aanslag op een moskee in Enschede. Voor gemeenten is extreemrechts momenteel vooral een probleem bij confrontaties met (extreem-)links tijdens demonstraties. Witte: “Dat is een reden om het meer prioriteit te geven.”

“Het ‘eigene’ wordt gepresenteerd als een homogene eenheid: een volk. Het vreemde wordt ontmenselijkt.'

Eigene versus vreemde

Een van de signalen van extreemrechts gedachtengoed is het nadrukkelijke onderscheid tussen het ‘eigene en het ‘vreemde’, legt Witte uit. Ook is er een hang naar een autoritaire staatsvorm. “Het ‘eigene’ wordt gepresenteerd als een homogene eenheid: een volk. Het vreemde wordt ontmenselijkt. Dat maakt de stap naar gebruik van geweld gemakkelijker.”

Gesprek aangaan

Bij de aanpak van extreemrechts is het belangrijk om de geschiedenis van je gemeente te kennen, stelt Witte. “Wie van de ‘boze burgers’ heeft eerder van zich doen spreken bij extreemrechtse activiteiten? Op die groep kan je actie ondernemen.”
De verwachting is dat de bestaande persoonsgerichte aanpak bij jihadisme ook zal werken op radicaal extreemrechts. Het gebruik van sleutelfiguren in het netwerk hoort bij die aanpak, aldus Witte. “Bij signalen moet je het gesprek aangaan. Dat hoeft niet altijd een betaalde kracht te zijn, dat kan ook de voetbaltrainer zijn. Die moet je dan wel ondersteunen.”

Dit
vind
ik
ervan

Dit vind ik ervan

Sanne de Beer, adviseur directie Veiligheid, gemeente Rotterdam:

‘Meer contact tussen gemeenten’

“Er zijn bij ons zorgen over de groei en activiteiten van extreemrechts. En niet alleen in Rotterdam. Ook andere gemeenten worstelen ermee. Wat is je rol als gemeente bij de aanpak ervan? Hoe bouw je een netwerk op? Volgens mij is het handig als gemeenten daar meer onderling contact over hebben. Van elkaar kun je leren.”