Thema: Problematisch gedrag en ondermijning

In vier stappen naar een gedegen analyse

Afwegingskader geeft richtlijn bij problematisch gedrag

Veel problematisch gedrag is niet strafbaar, maar geeft wel onrust en kan een voorbode zijn van strafbaar gedrag. Als gemeente wil je wel ingrijpen, maar wanneer doe je dit? Waar ligt de grens? Bastiaan Verberne van de Expertise-unit Sociale Stabiliteit (ESS) en Vincent Vaseur van het Ministerie van BZK ontwikkelden samen met gemeenten een afwegingskader dat een richtlijn geeft wanneer de driesporenaanpak gewenst en gerechtvaardigd is.

Het doel van het afwegingskader is om een helder beeld te verkrijgen van de problematiek, van wat er feitelijk aan de hand is. Zodoende bouw je argumenten op voor een eventuele interventie. Wanneer moet je handelen en wanneer besluit je dat handelen de situatie alleen maar verergerd? Wanneer komt de democratische rechtsorde in gevaar en in welke mate en op welk niveau?

Het afwegingskader telt vier stappen:

Stap 1

Verzamel zo veel mogelijk relevante informatie over de situatie en actoren om een beeld te krijgen en toets dit beeld bij anderen, zoals collega’s, sleutelfiguren en professionals. In afstemming met elkaar kun je de context bepalen. Het is heel lastig om alleen bij feiten te blijven. Ondersheid darom je zogenaamde ‘harde’ en ‘zachte’ signalen.

In de beschrijving van een situatie is het heel lastig om bij de feiten te blijven.

Stap 2

Probeer zo feitelijk mogelijk te beschrijven welke gedragingen zijn geobserveerd en wie de actoren zijn. Geef hierbij ook aan wat je bronnen zijn. Ook in de beschrijving van een situatie is het heel lastig om bij de feiten te blijven. Vaak is het zo dat we vooral beschrijven wat we vervelend vinden, maar dit zijn geen feiten. ‘Zachte signalen’ mogen wel genoemd worden, maar maak onderscheid met de feiten. Om gedrag te typeren zijn op dit moment vijf typen gedragingen bepaald; waar hebben we het eigenlijk over?

Stap 3

Probeer de ernst van de gedraging vast te stellen aan de hand van vastgestelde indicatoren. Probeer je hietrbij te richten op de actor (wie vertoont het gedrag?). En maak aannames wederom expliciet.

Stap 4

Wat is de impact van het gedrag op de democratische rechtsorde, in hoeverre is het gedrag problematisch? Denk aan toename onverdraagzaamheid, afname sociale cohesie, afname van vertrouwen in de overheid? In hoeverre worden mensen geschaad in hun grondwettelijke vrijheden? Maak indien mogelijk gebruik van cijfers.
En kijk eens met een andere bril, welke aannames en signalen moet je dan uitzoeken? Hoe kan je zachte signalen harder maken? En vraag je af of je dat moet doen; het zou kunnen dat je daarmee juist polarisatie creëert.

Reflectie

Een belangrijk punt is reflectie op je werk, wat heb je gedaan om tot de afweging te komen? Zijn er onzekerheden? Geef dit dan aan met: ‘ik weet het nog niet’. En wat kun je doen om deze weg te nemen? Wat is de impact van je beslissingen? Zijn er ontwikkelingen op lokaal, (inter)nationaal niveau die het problematische gedrag kunnen beïnvloeden? Presenteer dit objectief.

Dit
vind
ik
ervan

Dit vind ik ervan

Cyriel Triesscheijn, directeur-bestuurder RADAR, Art.1 en IDEM Rotterdam

‘Belang van veelzijdig netwerk’

“Het doet me weer realiseren hoe veelkleurig en divers de standpunten op allerlei thema’s zijn en hoe belangrijk het dus is om een veelzijdig netwerk te hebben. Eenzijdigheid in je netwerk beperkt namelijk je interventievermogen en je geloofwaardigheid. Daarnaast pleit ik voor nog meer alertheid voor kwesties die regionaal spelen; ook al zie je het nog niet terug in landelijke cijfers, het kan al wel in andere regio’s in opkomst zijn.”