THEMA: RADICALISERING EN EXTREMISME

Radicalisering van vreemdelingen en statushouders:

LIV helpt en adviseert lokale partijen met plan van aanpak

Steeds vaker zijn er vragen over mogelijke radicalisering bij vreemdelingen uit IS-gebied. Hoe moeten professionals dit beoordelen en hoe gaan ze ermee om? Daarvoor is het Landelijk Interventieteam Vreemdelingenketen (LIV) opgericht.

Het Landelijk Interventieteam Vreemdelingenketen (LIV) is onderdeel van het Landelijk Steunpunt Extremisme (LSE). LIV heeft tot doel om door middel van zorg en ondersteuning (toenemende) radicalisering van vreemdelingen en statushouders tegen te gaan. Met een expertpool met verschillende disciplines schat LIV in of er sprake is van radicalisering en/of psychische problematiek zoals trauma. Vervolgens stelt LIV een plan van aanpak op, als advies aan lokale partijen over de ondersteuning van de persoon in kwestie.

De route naar LIV

Iedereen kan een persoon aanmelden: een hulpverlener, iemand van het COA, de gemeente of familie van de persoon in kwestie. Voordat een casus daadwerkelijk wordt opgepakt zijn een aantal zaken van belang. De persoon in kwestie moet in de vreemdelingenprocedure zitten of een recente statushouder zijn, er moet het vermoeden bestaan dat de persoon zich in IS-strijdgebied heeft bevonden, er moet sprake zijn van mogelijke radicalisering en (psychische) ondersteuning moet een middel kunnen zijn om radicalisering tegen te gaan. Ontbreken deze vier pijlers, dan kan er uiteraard worden meegedacht over het bieden van de beste zorg of is doorverwijzing mogelijk naar een andere afdeling van het LSE.

Doorvragen, signalen opvangen uit woorden en uitlatingen en het tonen van empathie zijn belangrijk om de juiste informatie op te halen.

Signalen opvangen

Om bekend te raken met de situatie en het werkproces van LIV, werden tijdens de bijeenkomst ‘Samen voor sociale stabiliteit’ twee casussen behandeld met de vraag: ‘Is deze situatie zorgelijk?’ Op deze manier konden deelnemers van gemeenten op een interactieve manier oefenen met het voeren van specifieke gesprekken.
Daaruit kwam naar voren dat doorvragen, signalen opvangen uit woorden en uitlatingen en het tonen van empathie belangrijk zijn om de juiste informatie op te halen. Voor het opvangen van deze signalen is onder andere specialistische kennis van ideologie en geografische achtergrond nodig. 

Meer vaardigheden en kennis

Uit de sessie zijn verschillende behoeften van professionals geuit, die van belang zijn voor de doorontwikkeling van het Rijksbreed curriculum. Zo is er grote behoefte aan vaardigheden in en kennis over de specifieke gespreksvoering die nodig is in de vreemdelingenketen. Men heeft het gevoel dat cultureel sensitief vakmanschap en kennis over culturen vaak ontbreekt. Door in te zetten op trainingen en voorlichting kan dit worden bevorderd. Ook kennisdeling, het opbouwen van goede netwerken en het doen van meer onderzoek naar dit fenomeen zijn voor de deelnemers belangrijke punten.