Momenten van inspiratie

Hoe likt een mier aan een lolly? Wat brengt een professor bij het MBO? En: is 3D-printing het antwoord op zorgvraagstukken? Tijdens de Jaarconferentie van het Techniekpact konden bezoekers een grote hoeveelheid deelsessies volgen. Zes van deze sessies zijn uitgelicht.

Sessie: Lang Leven Leren; muren slechten in een MRA-breed House of Skills

Opscholen en omscholen naar vraagsectoren

Banen veranderen door digitalisering en technologisering. In Metropoolregio Amsterdam gaat het in het lage- en middensegment alleen al om 500.000 van de 780.000 banen. Daarbij komt dat er een mismatch is tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. De conclusie in Amsterdam? Er moet iets veranderen.

In de Metropoolregio Amsterdam wordt op dit vraagstuk al enige tijd samengewerkt in het project ‘House of Skills’. Annelies Spork: “We moeten iets doen met een ‘leven lang ontwikkelen’ en met name in het lage- en middensegment van de arbeidsmarkt is geen natuurlijke gang in ontwikkeling. Hoe ontwikkelen we een leercultuur en welk aanbod hoort daarbij? Mensen gaan niet vanzelf terug naar de schoolbanken.”

Vijfduizend mensen

Met Metropoolregio Amsterdam wil zij de komende periode 5.000 mensen helpen: niet alleen uit de WW, maar ook via het omscholen en opscholen van de werkende beroepsbevolking naar vraagsectoren. Bovendien probeert het project de MKB-sector te betrekken. “Deze bedrijven hebben vaak geen HR-afdelingen en moeten zich ook afvragen wat er gebeurt met de arbeidsmarkt, wat de invloed is van ICT en waar ze nieuwe mensen nodig hebben”, aldus Spork.

‘Begin met pilots. Ontdek wat mogelijk is, laat zien dat het kan.’

Hoe pak je dat aan?

House of Skills is inmiddels twee jaar bezig en zet in op ‘Werkenderwijs ontwikkelen’ door een aantal pilots te lanceren. Zo gingen ze al aan de slag met intersectorale matching door omscholing naar de zorg, het omscholen van zij-instromers naar de installatietechniek en werkloze vijftigplussers die, weliswaar met een nul-uren contract, aan het werk zijn op Schiphol. De belangrijkste tips en ervaringen van de metropoolregio Amsterdam:

  • Maak een goede analyse van de arbeidsmarkt.
  • Begin bij de vraag van de arbeidsmarkt en sluit aan bij een gevoel van urgentie.
  • Focus op de instroom (interesseren van jonge mensen, van krimpberoepen naar vraagberoepen), de doorstroom (opscholing) en de uitstroom (duurzame inzetbaarheid).
  • Maak een mix van regionale sociale partners, koepelorganisaties, maar ook bedrijven van ‘vlees en bloed’ om de vraag helder te krijgen.
  • Begin met pilots. Ontdek wat mogelijk is, laat zien dat het kan.
  • Realiseer dat het een disruptief proces is waarin we voorlopers zijn: we moeten ons bewust zijn dat het gaat om twee stappen vooruit, een stap terug. “Heb geduld”, adviseert Spork.

Ria van ’t Klooster, Directeur NRTO:

‘Redeneren vanuit de vraagkant’

“Ik vond dit echt een goed verhaal omdat ze bij dit project volledig redeneren vanuit de vraagkant van de arbeidskant en niet denken in de al bestaande onderwijsstructuren. In mijn werk houd ik me bezig met het omscholen en opscholen (op een hoger niveau brengen), en deze sessie lichtte een aantal voorbeelden uit die bestaande structuren doorbreken en waar ik inspiratie uit haal.”

Sessie: ‘We Drive Solar’

Heel Lombok rijdt op zonne-energie

Het is 2004 als ondernemer Robin Berg een eigen glasvezelnet opzet in de Utrechtse wijk Lombok. Het is de start van een duurzame onderneming die de ene na de andere wereldprimeur in de wacht sleept. Een verhaal over zonnepanelen, slimme elektrische laadpalen en een wijk vol deelauto’s.

Ondernemer Robin Berg is zoals zijn collega Gert-Jan Jansen het uitlegt, sinds een aantal jaar ‘in een sneeuwstorm’ terechtgekomen. Hij reist nu de wereld over om zijn ‘beweging’ wijder te verspreiden. Waar begon het allemaal? Het glasvezelnet dat hij had opgezet wilde hij verduurzamen. Berg zocht contact met scholen in de buurt. ‘Kan ik jouw dak huren voor zonnepanelen?’ Behalve dat zo de scholen van stroom konden worden voorzien, wilde Berg een ‘micro-grid’ bouwen om elektrische auto’s mee te kunnen opladen. Dat lukte: ruim 4000 zonnepanelen werden aangesloten op een slim netwerk waarmee stroom konden worden opgewekt. Dat werd rechtstreeks aangesloten op een laadpaal voor de deur.

Openbare slimme laadpaal

Het was een eerste stap in de goede richting, maar Berg’s droom was nog niet afgelopen. Zou het niet mooi zijn als je overdag kunt laden en ’s avonds stroom uit de auto kan halen, dacht hij. En ook dit idee veranderde in goud. In 2015 ontwikkelde men de eerste openbare ‘V2G AC Smart Solar Charging station’. Behalve dat deze laadpaal de accu van elektrische auto’s kon laden en ontladen, kon deze ook elektriciteit ontladen die bruikbaar was voor een huishouden. Gert-Jan Jansen: “En het mooie is dat deze paal rekening houdt met de zonkracht die aanwezig is. Is er een wolkje, dan wordt er minder geladen.”

‘Op een volle accu kan een gemiddeld huishouden een week lang draaien.’

We Drive Solar

Het avontuur was echter nog niet ten einde. Het laden- en ontladen was alleen mogelijk bij Tesla. Om dit voor een grote groep goedkoper en toegankelijker te maken, ging Berg in gesprek met Renault. Dat bedrijf zegde toe om 150 e-auto’s van het type ZOE ook geschikt te maken voor laden en ontladen. En nu? Er rijden alleen al in Lombok 60 elektrische (deel)auto’s, die elk maar liefst 300 km bereik hebben op één accu. Jansen: “En daarnaast kan op die accu een huishouden met twee kinderen een week lang draaien.”
Na de succesvolle proeftuin in Lombok volgden andere Utrechtse gemeenten. De toekomst ziet er rooskleurig uit: de hoeveelheid laadpalen, zonnepanelen en elektrische auto’s groeit met de dag. Jansen: “Hier liggen zoveel kansen, de wereld is echt klaar voor ‘We Drive Solar’.”

Scilla van Cuijlenborg, MBO Raad:

‘Zelf in beweging komen’

“De community-gedachte om zélf binnen je eigen wijk iets op te zetten en een beweging op gang te brengen is inspirerend. Maar om heel eerlijk te zijn, is het natuurlijk vooral een innovatieve ondernemer die goed heeft ingespeeld op de hype. Dat neemt niet weg dat het aanzet tot ‘anders denken’ en het is mooi hoe je van bestaande elementen iets nieuws kunt maken. Het bedrijf heeft nog niet de connectie met het onderwijs gemaakt. Mbo-studenten zouden ingezet kunnen worden als ideeën-generator. Leg dilemma’s bij ze neer, zij bedenken wel slimme oplossingen. Ja, ik zie wel mogelijkheden.”

Sessie: Tovertafel voor mensen met dementie

Kleurrijke projecties brengen mensen in beweging

De Tovertafel krijgt mensen met een vergevorderd stadium van dementie weer in beweging. Het spel – of interactieve animatie – is ontwikkeld in co-creatie met de eindgebruiker. Maar hoe doe je dat, als die eindgebruiker zelf geen feedback kan geven?

Sjoerd Wennekes, mede-oprichter van Active Cues maakte vanuit de gamewereld de overstap naar de zorg. Hij kreeg de vraag of het mogelijk was om een spel te maken voor mensen met vergevorderde dementie. Wennekes: “Deze mensen verliezen hun zelf-activerend vermogen en blijven daarom in een stoel zitten. Misschien willen ze wel naar buiten, maar uit zichzelf doen ze dat niet.”

Kleurrijke projecties

Na jaren ontwikkelen kwam Active Cues tot de Tovertafel. Techniek ontmoet zorg. Boven een tafel in bijvoorbeeld een verpleeghuis hangt een kastje. Hierin zitten onder andere een hoge kwaliteit beamer, infraroodsensoren, luidspreker en een processor waarmee spellen op tafel worden geprojecteerd. De kleurrijke projecties reageren op hand- en armbewegingen. Zo kunnen bewoners met de hand herfstblaadjes opzij vegen, bloemen ronddraaien en vlinders laten dartelen. De projecties stimuleren beweging. Dat bevordert gezondheid, maar zorgt ook voor groter welzijn, stelt Wennekes: “Mensen worden er blij van.”

‘Ons doel is om dagelijks tien miljoen geluksmomenten te creëren.’

Vast proces

Games worden meestal ontwikkeld door ze te testen op de eindgebruiker. Maar dat is lastig met mensen die een vergevorderde vorm van dementie hebben. Toch zet Active Cues vol in op co-creatie met die eindgebruiker, altijd via een vast proces: eerst is er een brainstorm (wat is een leuk spel om te maken?), dan volgt aanscherpen van het spelconcept, ontwikkelen en testen. Wennekes: “Wij hebben 70 co-designlocaties. Daar verdiepen we ons samen met zorgmedewerkers, gedragsdeskundigen, begeleiders of familieleden van de spelers in hun interesses en beleving.”
En het werkt. Robin Kikkert, stagiair verpleegkunde in een verpleeghuis, weet van een bewoner die van tuinieren hield, maar niet meer naar buiten kon. “Het liefst was ze de hele dag met bloemen bezig. Met de Tovertafel fleurde zij op en vertelde zij haar medebewoners over het soort bloemen.”

Tien miljoen geluksmomenten

In Nederlandse en Belgische verpleeghuizen staan inmiddels 1.100 tovertafels. Active Cues werkt aan Tovertafels voor andere doelgroepen: voor mensen met een zware verstandelijke beperking en voor kinderen met speciale vormen van autisme. Wennekes: “Ons doel is om dagelijks tien miljoen geluksmomenten te creëren voor mensen met een cognitieve uitdaging.”

Heleen Vriends, gemeente Groningen:

‘Ogenschijnlijk klein, maar heel effectief’

“Dit is nou echt techniek inzetten om maatschappelijke uitdagingen aan te pakken. De ontwikkelaars hebben heel erg gedacht vanuit behoefte in de zorg. Vervolgens hebben ze voor een heel specifieke doelgroep een product ontwikkeld. En dan is het prachtig om te zien hoe ze via co creatie met zorgcentra komen tot een uitgebalanceerd product. Je hoeft niet altijd groot te denken. De Tovertafel is ogenschijnlijk klein, maar wel heel effectief. Een mooi staaltje van maatschappelijk verantwoord ondernemen.”

Sessie: 3D-printing het antwoord voor de zorgvraagstukken

Zorg zoekt combinatie van soft skills en technische kennis

Met het bundelen van faciliteiten, kennis en expertise over 3DPrinten in de medische wereld hoopt het Fieldlab 3DMedical een sterk innovatiecluster te vormen. Het doel? Innovatie van gepersonaliseerde zorg. Dat brengt echter wel vraagstukken met zich mee.

Het Fieldlab 3D Medical is een Utrechtse samenwerking tussen het UMC, Hogeschool Utrecht en Stichting ProtoSpace, vertellen Erik Puik, lector microsysteemtechnologie en Patrick van Veenendaal, hoofddocent IED (Institute for Engineering and Design) en het centrum voor medisch 3D-printen.

Nieuwe heup of schedel

Binnen het project werken fabrikanten, specialisten en incubators samen aan nieuwe ontwikkelingen. Dat zijn personalized tools, die het werk van bijvoorbeeld een chirurg makkelijker maken, personalized implants – zoals een heupimplantaat – en in de toekomst hoopt men ook nieuwe organen te kweken buiten het lichaam. Voorbeelden zijn een nieuw deel schedel of een prothese die het uit de kom gaan van de heup moet voorkomen. Ook bij scoliose kan een 3D-printer uitkomst bieden: in plaats van de een of twee standaard braces, kan er een op maat gemaakte oplossing komen die misschien zelfs mogelijkheden biedt ter genezing.

‘Mensen in de zorg moeten ook gevoel krijgen voor techniek en ICT.’

Vraagstuk

Inmiddels zijn er een aantal hypertechneuten die het programmeerwerk op zich nemen en heel goed zijn in de techniek. Toch ligt er daarnaast nog een ander vraagstuk. Deze techneuten moeten namelijk ook veel contact met medici onderhouden. Hoe maak je goede samenwerkingsverbindingen tussen medici en techneuten? “Wij leiden een professional op met brede algemene kennis en vaardigheden met een diepgaande expertise. Hoe moeten we de soft skills ontwikkelen zodat ze optimaal kunnen samenwerken met de artsen en medici?”, vragen Puik en Van Veenendaal zich af.

Resultaten

In de sessie komen verschillende inzichten naar voren, met als belangrijkste conclusie dat iedereen in zijn kracht moet worden gelaten en een goede groepssamenstelling heel belangrijk is om goed samen te werken. Samenwerking moet wel van twee kanten komen en mensen in de zorg moeten ook gevoel krijgen voor techniek en ICT. Een divers team met verschillende achtergronden, kan daarin de sleutel zijn. Ook belangrijk: de som van een gemeenschappelijk eindresultaat is groter dan die van verschillende individuen. En: niet elke ‘nerd’ hoeft communicatief te zijn, als andere mensen maar aan de slag kunnen met zijn werk.

Elly Linger-van Waarden, Manuele Intelligentie Groep:

‘Niet vroeg genoeg beginnen’

“Ik vond het heel interessant om te zien dat samenwerken in de 21ste eeuw vraagt om andere vaardigheden dan voorheen. Het gaat ook om skills en samenwerken. Ik werk in het primair onderwijs en het is voor mij duidelijk dat je niet vroeg genoeg kunt beginnen met het aanleren van die vaardigheden. In deze sessie zie je wat het maatschappelijk belang daarvan is.”

Sessie: ‘Hoe likt een mier aan een lolly?’

Kunst en techniek kunnen elkaar versterken

Hoe zorg je ervoor dat creatief en onderzoekend denken bij leerlingen meer gestimuleerd wordt? “Geef meer aandacht aan de vakken kunst en techniek”, bepleit lector Hanno van Keulen.

Slechts vier procent van de basisschooltijd in Nederland wordt besteed aan techniek en slechts vijf procent van de leerkrachten in het basisonderwijs doet iets met onderzoekend en ontwerpend leren. ‘Geen tijd’, ‘we moeten de kinderen toch leren lezen en rekenen’ en ‘we hebben geen faciliteiten’, zijn veelgehoorde obstakels. Van Keulen vindt dat leerkrachten hierbij geholpen moeten worden. Ook hun eigen vaardigheden voor het ontwerpend leren moeten zij ontwikkelen. De insteek van Van Keulen? “Zie techniek als een oplossing voor problemen en zet techniek in als context voor taal, rekenen en …kunst.”

Verbeeldingskracht en fantasie

Er liggen namelijk volop kansen in de synergie tussen die twee vakken, vindt hij. Een mooi voorbeeld is volgens hem de samenwerking tussen onderwijs en Witchworld. Van Keulen: “Witchworld is een geweldig, modern pretpark in Almere. Het is er alleen nog niet. Leerlingen kregen de opdracht om zelf een attractie te ontwerpen. Het mooie en ook valide gegeven van de opdracht is dat het aanspraak doet op het technisch inzicht, maar vooral ook op de fantasie van leerlingen. Dat is waar techniek en kunst elkaar raken: het ontwikkelen van de verbeeldingskracht en fantasie. Essentiele 21e eeuwse vaardigheden. Waarom? “Om problemen op te kunnen lossen, maar ook om te improviseren en te creëren”, aldus Van Keulen.

‘Zet techniek in als context voor taal, rekenen en …kunst.”

Zintuigelijk ervaren

Het is duidelijk: de twee werelden versterken elkaar. Kunst en techniek kunnen als context gezien worden om andere leerdoelen te bereiken. De wereld van vandaag leer je niet uit een boekje. Nee, die moet je materieel en zintuigelijk ervaren. Spelen en maken gaat immers vaak aan het denken vooraf. Zo kun je als kind de wereld een betekenis geven.
Als afsluiting pleit Van Keulen ervoor om elk kind op de basisschool een brug te laten bouwen. “Het bouwen van een brug vraagt om wiskundig inzicht en het bedenken van slimme technische oplossingen. Maar ook om esthetisch inzicht en inventiviteit: het komt er allemaal in samen.”

Jesse Philipsen, docent ICT, ROC/Hilversum:

‘Zoveel mogelijk zintuigen’

“In deze workshop sluit Hanno van Keulen aan bij een heel actueel onderwerp: met zoveel mogelijk zintuigen werken in het onderwijs. Goed dat hij dat weet te onderbouwen en dat het in de praktijk resultaat oplevert.”

Sessie: Wat brengt een professor bij het mbo?

Amsterdam Green Campus zet in op Triple Helix

Op de Amsterdam Green Campus werken onderwijs, overheid en ondernemers samen aan innovatie en economische ontwikkeling van de regio. Vertrekpunt zijn vragen vanuit het MKB. Daar waar onderwijs, onderzoek en het beroepenveld elkaar raken ontstaan mooie projecten.

‘Wat brengt een professor bij het mbo?’ Op de Amsterdam Green Campus weten ze het antwoord. Zo legt hoogleraar Michel Haring graag aan studenten van een agrarische mbo-opleiding uit wat licht betekent voor de ontwikkeling van een plant. “Inmiddels is zijn lezing een jaarlijks terugkerende traditie geworden. Tijdens de laatste keer schoven zelfs twintig ondernemers aan om te profiteren van zijn kennis”, aldus Niek Persoon, directeur van Amsterdam Green Campus.

Kennis ophalen

Amsterdam Green Campus is een samenwerkingsverband van de UvA, twee groene hbo- en twee groene mbo-instellingen. Ook vertegenwoordigers van twee naburige Greenports zijn nauw bij de campus betrokken, die gevestigd is op Science Park Amsterdam. Missie van de campus: bijdragen aan innovatie en economische ontwikkeling van de regio. Directeur Persoon: “Het gaat erom dat innovaties het mbo en hbo halen, en dat we kennis ophalen uit de regio, voornamelijk bij MKB-bedrijven. Wat zijn hun problemen? Welke kennisbehoefte hebben zij? Vanuit daar kunnen wij wellicht onderwijsprogramma’s opzetten, omdat bepaalde vragen vaker worden gesteld.”

Tripple Helix

Centraal in de aanpak staat de Tripple Helix-methode. Triple Helix staat voor de samenwerking tussen overheid, ondernemingen en onderwijs. Om de potentie voor innovatie en economische ontwikkeling in een kenniseconomie goed te benutten, moeten overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen samenwerken, is de achterliggende gedachte. Dat bevordert zowel het vergaren, het delen als het toepassen van kennis.

‘Het gaat erom dat innovaties het mbo en hbo halen.’

Projectonderzoek

Dat heeft bij de campus inmiddels geleid tot een aantal mooie projecten. Zoals de Verwaardingsfabriek, waar processen worden ontwikkeld om de reststromen van twaalf ondernemingen in de voedselindustrie te ‘verwaarden’. Persoon: “Vanuit het mbo en hbo ondersteunen we dat met onderzoeken. Die worden vervolgens doorvertaald naar processen.”
Ander mooi voorbeeld: Startup Village. Op 16 februari 2017 ondertekenden Amsterdam Green Campus, Ace Venture lab (de eigenaar van Startup village) en Green Art Solutions een overeenkomst om projectonderzoek te doen op het vlak van ‘Urban Green’ met de Startup village op Amsterdam Science Park als pilot test- en onderwijslocatie.
Ook ‘Evergreen’ is een mooi voorbeeld. Doel van dat project is programma’s uit het innovatieprogramma van twee greenports ‘bij het mbo op de stoep’ te brengen. Persoon: “Die kennis kunnen deze instellingen vervolgens gebruiken om daarvan zelf een vertaalslag te maken.”

Nieuwsgierigheid

Wat maakt de samenwerking in Amsterdam zo succesvol? Kennis, relevante projecten, een netwerk en het gevoel ‘samen het verschil te maken’ zijn de elementen die nodig zijn om de samenwerking tussen wo, hbo en mbo in Amsterdam Green Campus te blijven voeden. “En plezier en nieuwsgierigheid”, vult Persoon aan. “Want dat is ook heel erg belangrijk.”

Jan Katjee, ROC ID-College:

‘Veel winst te behalen’

“Doel is samenwerken aan onderwijs. Dat zie ik vandaag overal terug. Daar zijn wij ook mee bezig. Zo starten we bijvoorbeeld nieuwe technologieopleidingen, altijd in combinatie met bedrijven die zich daaraan gecommitteerd hebben. Mooi is het idee om vragen op te halen bij het MKB, en daar dan met het onderwijs mee aan de slag te gaan. Daar valt veel winst mee te behalen. Voor iedereen.”