Vijf goede voorbeelden

Veel bedrijven, scholen en gemeenten doen al hun uiterste best om laaggeletterdheid te verminderen of te voorkomen. Wat kunnen we van ze leren? Vijf goede voorbeelden.

Zilveren Taalcompetenties

Nooit te oud om te leren

Bij het project Zilveren Taalcompetenties staat de ontwikkeling van een taalactiviteitenaanbod voor ouderen centraal. Het project laat zien dat ouderen bereid én in staat zijn hun taalvaardigheid te vergroten. Succesfactoren: maak het leuk en stem het af op hun belevingswereld.

“Nee hoor, geen problemen”, kregen onderzoekers vaak te horen, toen ze ouderen vroegen naar problemen met laaggeletterdheid. Niet zo gek, want in al die decennia hebben ze hun leven gevormd naar hun laaggeletterdheid. Ze mijden situaties waarin hun taalprobleem blijkt. Ook uit schaamte. Op zulke antwoorden ketst elk initiatief voor projecten onder deze doelgroep af.

Vaker hulpbehoevend

De onderzoekers gingen echter grondiger te werk en vroegen door. Dat onderzoek deden ze onder mensen in verzorgingshuizen maar ook daarbuiten. Bij bijna de helft zagen ze kenmerken van laaggeletterdheid. Deze ouderen hadden vaker gezondheidsproblemen, waren vaker hulpbehoevend en afhankelijk, ervoeren problemen bij het invullen van formulieren, lazen minder vaak en hadden minder sociale contacten.

‘Ouderen willen deelnemen als ze het aanbod relevant, nuttig en op maat vinden’

Geen schoolcontext

Voor het onderzoek werd het bestaand aanbod voor laaggeletterden in kaart gebracht, een analyse gemaakt van de succesfactoren daarvan en een toolkit gevormd. Nagedacht werd over de vraag: Hoe verleid je deze groep om een taaltraject te doen? Het bleek dat ouderen willen deelnemen als ze het aanbod als relevant, nuttig en op maat ervaren. Het moet aansluiten bij hun belevingswereld, niet in een schoolcontext gebracht worden en liefst aangemoedigd door familie of vrienden.

Oudhollandse liedjes

Een mooi voorbeeld is het project Zilveren Taalcompetenties, uitgevoerd in Vught, Lisse en Katwijk. Mensen werden hier geworven in een gezellige sfeer, met een taalquiz en oudhollandse liedjes. Daarna volgde de Ikagai-methode, vernoemd naar het Japanse dorp Ikagai waar de mensen heel oud worden. Mensen spraken met elkaar over aspecten van het bestaan die ze belangrijk vinden en ze werkten aan hun taalkennis met taalbladen. Maar ook knutselen, zingen, lezen en dichten maakten onderdeel uit van de methode. Aan het eind van het traject wachtte een certificaat. De deelnemers hebben hierdoor meer sociale contacten geregen, zijn meer met taal bezig en zijn nu ambassadeur onder hun vriendenkring.

Marijke Siekman, taalregisseur rayon Noord stichting Lezen en Schrijven

‘Meer regie over hun eigen leven’

“Zilveren Taalcompetenties kan mensen helpen weer regie te krijgen over hun leven. Die zijn ze vaak kwijtgeraakt. Ze zitten in een systeem waarin voor hen wordt beslist. Door meer zelf te kunnen bepalen wordt het leven leuker voor ze. En worden ze minder afhankelijk.”

Samen Digi-TAAL

Eindeloos spelletjes op de iPad: het mág

Daar zit je kind weer met een iPad op de bank. Voor veel ouders een gruwel, voor 45 gezinnen in Delft een blijmakend beeld. Dit is namelijk geen gewone iPad, maar eentje die een kind te leen krijgt om thuis spelenderwijs taalvaardiger te worden. Hier mogen kinderen gerust uren op spelletjesapps als Logo3000, Squla, Wepboek, Jop de Giraffe en De tuin van Nijntje.

Geef laagtaalvaardige ouders een tablet met taalapps te leen, laat ze thuis oefenen met hun kind, en zowel taal als zelfvertrouwen gaan met sprongen vooruit. Van het kind én van de ouders. Het idee voor de leen-iPad kwam van juffen Marjon en Josette van basisschool De Horizon in Delft, gelegen in een wijk waar veel nieuwkomers wonen. Voor 45 iPads verstrekte het Kansfonds 25.000 euro.

 

Fysiek boekje

Het leensysteem is bedoeld voor gezinnen die een taalachterstand hebben en zelf niet de middelen hebben om een iPad met leer-apps aan te schaffen. De Horizon kan op afstand de apps aanpassen voor de volgende fase in de taalontwikkeling van het kind. De iPad – zonder internet en camera – gaat mee in een rugzak, samen met een boekje, een egelknuffel en andere spullen. Het fysieke boekje is belangrijk, omdat lezen uit een echt boek anders is dan vanaf een scherm. De openbare bibliotheek DOK sluit aan met boekjes die bij de behandelde thema’s passen. Voor kinderen is het telkens weer spannend wat er in de rugzak zit.

‘Lezen uit een echt boek is anders dan vanaf een scherm’

Niet alleen de taalvaardigheid van het kind gaat er op vooruit

In Samen Digi-TAAL worden ouders (de Digimaatjes) dus betrokken bij de taalspelletjes van het kind. Zij kunnen thuis meedoen met het kind. Maar niet alleen het kind en de ouders worden bereikt. Soms doen zelfs de opa’s en oma’s mee.

Gerda Tunca, vrijwilliger stichting Vluchtelingenwerk Zuidwest-Nederland

‘Geschikt voor nieuwkomers’

“Ik neem het idee Digi-TAAL mee naar de Taalschool in de Hoeksche Waard. Het is best moeilijk voor nieuwkomers om thuis de taal te leren. Vernieuwend aan dit idee is dat er wordt samengewerkt met de peuterspeelzaal en de ouders erbij betrokken worden wat hun zelfvertrouwen vergroot. De ouders komen nu met hun kind bij de bibliotheek. Daarmee is een drempel overwonnen.”

Amsterdams taalakkoord

‘Enthousiasmeer álle taalpartners’

Amsterdam telt 150 duizend laaggeletterden, waarvan tweederde werkt. Dat is zo’n 18% van de beroepsbevolking. Daar moeten we wat mee doen, vond het stadsbestuur. Zo kwam het Amsterdams Taalakkoord tot stand, nu al ondertekend door 47 organisaties. Projectleider Yvette Feist licht toe én heeft tips voor andere gemeenten.

Met de ondertekening van het Taalakkoord spreken alle partners af zich in te zetten om laaggeletterdheid aan te pakken. Dat doen ze door meer bewustwording over het onderwerp te creëren binnen de eigen organisatie, bijvoorbeeld via trainingen aan medewerkers, gericht op het herkennen van laaggeletterden. Daarnaast worden ze geholpen bij het aanpassen en toegankelijker maken van in- en externe communicatiemiddelen. En in de derde plaats bieden ze cursussen taal, rekenen en digitale vaardigheden aan, voor die medewerkers die daar extra ondersteuning in willen. De organisaties delen hun kennis en ervaring met elkaar, zo benut je elkaars expertise.

‘Medewerkers kunnen deelnemen aan cursussen taal, rekenen en digitale vaardigheden’

Wachtrij

Welke organisaties doen mee? Feist: “Met name bedrijven in de sectoren schoonmaak, zorg, maatschappelijk en hospitality zijn goed vertegenwoordigd, maar elk bedrijf, ongeacht de branche waar het in zit, kan zich aansluiten bij een Taalakkoord in de eigen regio. Het is ook snel gegaan. Eind januari hadden we 24 taalpartners, nog geen negen maanden later al 47. En er staan er nu nog tien in de wachtrij.”

TIPS UIT AMSTERDAM 

De Amsterdamse werkwijze is een voorbeeld voor andere gemeenten. De hoofdstad stelt zijn kennis en ervaringen dan ook graag beschikbaar. Welke tips heeft Yvette Feist (projectleider Taalakkoord) voor gemeenten die ook een taalakkoord met organisaties en werkgevers in hun omgeving willen opzetten?

  • Stel geen uitgebreide rapportages verplicht, dat schrikt af.
  • Werk samen met ketenpartners en stakeholders zoals bijvoorbeeld Stichting Lezen & Schrijven en WSP.
  • Enthousiasmeer álle taalpartners en straal energie uit.
  • Maak niet alleen concrete afspraken met taalpartners maar faciliteer ze ook.
  • Zorg voor actief accountmanagement voor elke relatie.
  • Reserveer budget voor het starten van pilots ‘Taal op de werkvloer’.
  • Regel expertise over het aanleren van taalbasisvaardigheden.
  • Organiseer minimaal twee bijeenkomsten per jaar.
  • Zorg dat taalpartners het akkoord flexibel kunnen ondertekenen.
  • Wees actief op social media.
  • Wees creatief, luister wat er bij taalpartners speelt, durf te dromen.

Meer informatie is te vinden op www.amsterdam.nl/onderwijs-jeugd/nederlandse-taal/taalakkoord/

Annette Verhoef, gemeente Zwijndrecht

‘Camouflagetactiek gebruiken’

“Het aantal laaggeletterden is ook in Zwijndrecht hoog. We zijn nu bezig met een plan van aanpak om werkgevers te benaderen. Maar die herkennen zich vaak niet in de problematiek: ‘Dat speelt niet bij ons.’ Dan moet je eigenlijk een soort camouflagetactiek gebruiken. Niet direct over taal praten maar: ‘Het is toch belangrijk dat al je medewerkers het BVH-plan begrijpen?’ Dan krijg je ze aan het nadenken.”

Sociaal domein

Een vertrouwelijk gesprek

Gebrek aan tijd, geld en eigenaarschap. Zomaar wat hobbels die we moeten nemen in het sociaal domein om laaggeletterden te bereiken. Hoe kunnen we nu beter samenwerken als maatschappelijke organisaties? Wat werkt wel en wat niet? Twee voorbeelden.

In de gemeente Smallingeland zoomde men in op de wijk De Bouwen, een wijk met veel lage inkomens. Beleidsadviseur Wouter Heijne: “De voorwaarden waren goed: er was een grote betrokkenheid vanuit de wijk en organisaties werkten al langer samen in teams.”

 

Vertrouwen en tijd

Zo’n tien organisaties hebben handen en voeten gegeven aan het project. Daarbij ging het vooral om het creëren van bewustwording bij alle partijen én hun achterban. Hoe heeft de gemeente dat aangepakt? Heijne: “We hebben een training gesprekstechnieken voor professionals georganiseerd.” Maar de sleutel tot succes was dat niet de professionals het contact met de laaggeletterden legden, maar de informele leiders in de buurt. Heijne: “Zij hebben geen verborgen agenda, zoals een corporatieconsulent wel heeft als hij op bezoek komt. Een laaggeletterde gaat pas in gesprek met een professional als hij het gevoel heeft dat je te vertrouwen bent. Heijne: “Wees je bewust dat zoiets tijd kost. Geef het dus niet te snel op.”

‘Als de ketensamenwerking niet op gang komt, wordt het lastig’

Bewustzijn

In Enschede was bij de gemeente net zoveel enthousiasme als in Smallingeland. Alleen speelde het gebrek aan tijd en urgentie bij veel organisaties wel een rol. Kwartiermaker laaggeletterdheid Gonneke Bennes: “Als de ketensamenwerking niet op gang komt, wordt het lastig. Gelukkig was er wel een ingang bij ‘Doen!’, een beurs voor uitkeringsgerechtigden. Op de beurs heeft het Taalhuis dit jaar voor het eerst een fysieke plek gekregen. Daar hebben we de aanwezige organisaties zich aan elkaar laten voorstellen. Simpel maar doeltreffend want de eerste contacten waren gelegd, en vanuit daar konden we de volgende stap zetten. Het bewustzijn over laaggeletterdheid is bij de aanwezige organisaties absoluut toegenomen. Dat is een goede eerste stap. Daarna kun je zorgen voor meer eigenaarschap en het leggen van verbindingen.”

Brenda Jacobs, Belastingdienst

‘Lokale netwerken ondersteunen’

“De Belastingdienst is natuurlijk een landelijke organisatie en alle 280 gemeenten hebben hun eigen lokale beleid. Dat komt soms lastig samen. Maar we doen er alles aan om het lokale netwerk te ondersteunen bij de uitvoering van hun taken, bijvoorbeeld met het organiseren van bijeenkomsten of het opzetten van websites. Als we maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid voelen, komt het goed.”

Campagnes

‘Met Taalambassadeurs bereik je meer NT1-ers’

Hoe bereik je als gemeente of regio meer laaggeletterden? Vooral de NT1-doelgroep is moeilijk te vinden. Twee regio’s boekten hier successen in en bereikten met hun campagnes meer NT1-ers dan voorheen. Zij deelden tijdens het Tel mee met Taal Festival hun tips.

1. Campagne ‘Ik wil leren’ provincie Friesland

TIPS UIT FRIESLAND

  • In de campagne ‘Ik wil leren’ stond de eigen leervraag centraal: mensen werden ondersteund bij het zoeken naar een baan of opleiding, of kregen hulp bij vragen over hun kinderen. Begin dus niet over taal, maar sluit aan bij waar je ze kan helpen, waar ze zelf behoefte aan hebben.
  • Maak gebruik van bestaande programma’s op het gebied van lezen, schrijven, rekenen, gebruik van de computer, omgaan met geldzaken. Er bestaat al heel veel. Je hoeft niet zelf het wiel uit te vinden.
  • Positief insteken! Leg niet de nadruk op laaggeletterdheid als een probleem, maar pak het positief aan door te stellen dat het normaal is om meer te leren.
  • Ontwikkel het materiaal samen met Taalambassadeurs.
  • Maak het zo concreet mogelijk: wat zou je kunnen en willen leren?
  • Zorg voor een beeldende eenvoudige folder, waarin mensen enkel een kruisje hoeven te zetten. Idem via de site: klik en tik.
  • Communiceer als partners eenduidig, gebruik de speciaal ontwikkelde icoontjes.

Meer weten?

‘Leg de focus op concrete thema’s’

2. Communicatiecampagne Brabant

TIPS UIT BRABANT

  • Zet de verhalen van de Taalambassadeurs centraal. Echte voorbeelden werken beter. Mensen herkennen zich daarin.
  • Gebruik verschillende soorten kanalen. In deze campagne werd gebruik gemaakt van posters, ansichtkaarten, video’s, een website, magazine en Facebook. Ook via Facebook bleken de NT1-ers goed te bereiken.
  • Zorg dat het materiaal makkelijk gebruikt kan worden door andere organisaties, bijvoorbeeld door de mogelijkheid te bieden een eigen logo te uploaden en contactgegevens toe te voegen. Dan gaan meer organisaties het delen en neemt je bereik toe. 
  • Zorg dat je campagne herkenbaar, lokaal gericht en positief is.
  • Leg de focus op concrete thema’s.
  • Denk ook aan een warme opvolging. Als iemand zich naar aanleiding van de campagne aanmeldt, moet die persoon wel zo goed mogelijk geholpen worden met zijn vraag.

De toolkit van de campagne in Brabant is door iedereen vrij te gebruiken en kan hier worden gedownload:

Marjolijn Hendriks, bibliotheek het Groene Hart

‘Voortrekkersrol gemeente’

“Wat ik meeneem van de voorbeelden uit Friesland en Brabant? Dat een lokale aanpak belangrijk is en dat het noodzakelijk is om alle partners mee te krijgen. Daarbij kan de gemeente of de provincie een voortrekkersrol spelen.”

DEEL HET E-ZINE