‘Uitstroom is maatwerk, arbeidsintensief en complex"

Krista te Mebel, adviesbureau VanMontfoort:

‘Wees bekend met deze problematiek’

“Het is nuttig om als leerkracht over deze informatie te beschikken: bijvoorbeeld hoe lang een jongere gemiddeld vastzit, en wat de kenmerken en gedragingen van deze doelgroep zijn. Daardoor kun je gedragsproblemen bij jonge kinderen die misschien leiden tot crimineel gedrag eerder herkennen. Het is belangrijk om als onderwijs, gemeente en jeugdzorg samen te werken. Het vak van docent is complex geworden, maar het is goed om problemen vanuit een breed perspectief vroegtijdig te signaleren.”

Hoe doe je dat: onderwijs geven in een gesloten instelling? Hoe zorg je dat jongeren terug kunnen naar de maatschappij? En hoe zorg je voor een warme overdracht tussen instelling en school?

“Als we het hebben over onderwijs in gesloten jeugdinrichtingen moeten we onderscheid maken tussen jeugdgevangenissen en gesloten jeugdinrichtingen. In jeugdgevangenissen zitten jongeren die daar zijn geplaatst omwille van een delict”, legt Sipko Biemold, directeur van Portalis onderwijs en arbeidstoeleiding uit. Hoofdopdracht is om de maatschappij te beschermen en de jongeren succesvol terug te laten keren in de maatschappij. Gemiddeld blijven zij 68 dagen in detentie. Biemold: “Er is dus een enorme in- en uitstroom.”

Eerwraak en verslaving
De jongeren in gesloten jeugdzorg hebben geen strafbaar feit gepleegd, maar glijden af en hebben een fundamenteel wantrouwen in de hulpverlening. “Hier is het de opdracht om iedereen weer behandelbaar te maken en een vervolgtraject te ontwikkelen waardoor bedreiging wordt verminderd. Problemen in de gesloten jeugdzorg zijn bijvoorbeeld eerwraak, verslaving of loverboys”, aldus Biemold.

Voldoen aan eisen
Al deze jongeren hebben vaak een turbulente schoolloopbaan achter de rug, zijn sociaal onhandig, hebben een ongewoon wereldbeeld en een beperkt referentiekader. Toch volgen zij allemaal onderwijs, hoe moeilijk ook. Het onderwijs in deze instellingen wordt buiten de Wet passend onderwijs gefinancierd, maar valt wel onder de normale wet- en regelgeving en onder toezicht van de Onderwijsinspectie. “En we voldoen ook aan de eisen”, vertelt Biemold trots.

Soepel uitstromen
Na behandeling moet de jongere terug naar de maatschappij. Dat is niet eenvoudig. Biemold: “Uitstroom is maatwerk, arbeidsintensief en complex. Vooral de doorlooptijd naar het vso is nu veel te lang: gemiddeld duurt het zes weken voordat een leerling daar kan starten.” Een soepeler uitstroom dus. Hoe doe je dat? “Daarvoor hebben we de Handreiking vo opgesteld, samen met het veld”, legt Biemold uit. Zo is er een standaardformulier voor de informatieoverdracht en elke leerling die uitstroomt naar het VO wordt aangemeld bij het SWV. Biemold: “Mooi op papier, maar ingewikkeld in de praktijk: jongeren hebben bijvoorbeeld een verkeerd beeld van de opleiding, er is onvolledige informatie bij de aanmelding en de school is vaak bang dat de veiligheid in het geding komt.”

Wat werkt wel? Biemold: “Bezoek elkaar eens, ken elkaar, focus al bij de instroom op het uitstroomperspectief, zorg voor centrale contactpersonen en een warme overdracht. Maar besef: gebreken uit het verleden zijn geen garantie voor de toekomst…”