Over de rol van het AMO-model binnen onderwijsgroep Galilei

‘Even een AMO’tje doen’

Jaarplangesprekken voeren op basis van het AMO-model en uitgebreide jaarplannen terugbrengen naar een lijstje met concrete actiepunten. Binnen de onderwijsgroep Galilei is dat de nieuwe tendens. Anders Vink (rector), Yvonne Hartensveld-Israël en Angelique van Riel (beiden beleidsmedewerker HR) vertellen hoe dit model binnen de onderwijsgroep wordt ingezet en wat het hen heeft gebracht.

De krachten bundelen

Onderwijsgroep Galilei wordt gevormd door vijf scholen voor voortgezet onderwijs. Het Maerlant in Brielle, waar Anders Vink sinds maart 2014 rector is, is onderdeel van deze onderwijsgroep. In het kader van effectieve bedrijfsvoering is er begin 2018 voor gekozen om een aantal beleidsfuncties van de scholen te bundelen. Yvonne Hartensveld-Israël en Angelique van Riel werken sindsdien beiden als beleidsmedewerker HRM op het bestuurskantoor van de onderwijsgroep. Hierdoor is hun functie behoorlijk veranderd. Angelique: “Ik werkte hiervoor als stafmedewerker P&O. De focus lag toen heel erg de uitvoering. Nu word ik meer uitgedaagd om na te denken over de lange termijn en krijg ik veel ruimte voor eigen inbreng.”

“De papieren werkelijkheid was veel te ambitieus voor de echte werkelijkheid.”

Aan de slag met AMO

Vanuit hun nieuwe rol als beleidsmedewerker hebben Yvonne en Angelique zich verdiept in Strategisch HRM. Tijdens de training SHRM maakten zij kennis met het AMO-model. Dat model gaat ervan uit dat medewerkers goed kunnen presteren als ze het vermogen (Ability), de motivatie (Motivation) en de mogelijkheden (Opportunities) hebben. Het model bleek erg goed toepasbaar binnen de onderwijsgroep. Zo heeft het AMO-model op een aantal scholen inmiddels zijn intrede gedaan in de jaarplangesprekken met docenten. “In deze gesprekken vormt het model vaak de basis. Aan de hand van dit model kunnen we dieper ingaan op de persoonlijke ontwikkeling van de docent. Bijkomend voordeel is dat de schoolleiding inzichtelijker kan maken wat hún rol in deze ontwikkeling is. Tijdens de jaarplangesprekken stellen we vragen als: hoe wil je als docent groeien? Wat motiveert jou? Wat heb je van de school nodig om een stap verder te komen?”

Breed inzetbaar

Het AMO-model bleek in meer situaties goed toepasbaar te zijn. Anders: “Yvonne en Angelique hebben het AMO-model wat opgerekt. We passen het model hier inmiddels op allerlei thema’s toe. Ik hoor onze beleidsmedewerkers weleens zeggen: ‘We gaan even een AMO’tje’ doen’.” Binnen de scholengroep wordt het model nu bijvoorbeeld ook gebruikt bij het schrijven van beleidsstukken. Anders: “Ik was bezig met het schoolplan toen de beleidsmedewerkers mij op het AMO-model attendeerden. Het was precies waar ik op dat moment naar op zoek was.” Angelique vult aan: “De onderwijsgroep stelt om de paar jaar een strategisch beleidsplan op, de vijf scholen ontwikkelen binnen dat kader hun eigen schoolplan. Heel zwart/wit gezegd: die schoolplannen staan vol mooie voornemens, maar verdwijnen vaak ergens in een la. Ze worden pas weer geopend als het volgende strategische beleidsplan gemaakt wordt. Toen wij ons steeds meer gingen verdiepen in het AMO-model, vroegen we ons af: waarom doen we zo ingewikkeld met die dikke stapels papier?”

“Collega’s pakken veel sneller hun eigen verantwoordelijkheid.”

Wat levert het op?

Wat levert werken met het AMO-model nou concreet op? Yvonne heeft een mooi voorbeeld. “Een aantal jaar geleden heb ik het schoolplan van een school binnen onze onderwijsgroep geanalyseerd en met behulp van het AMO-model vertaald naar concrete acties. Met die actielijst ben ik naar de rector gestapt. Er stonden zoveel ambities en doelen in het plan dat het helemaal niet haalbaar bleek. Dat moment was voor ons echt een eyeopener: de papieren werkelijkheid was veel te ambitieus voor de echte werkelijkheid.” Door aan de hand van het model de vertaalslag te maken, is de onderwijsgroep dus beter in staat om realistische ambities op een compacte manier in de schoolplannen te verwerken. Maar ook op andere vlakken heeft werken met het AMO-model positieve gevolgen. Anders: “Ik heb het idee dat er de laatste jaren meer initiatieven komen vanuit collega’s. Ik merk het bijvoorbeeld aan vragen over professionalisering. Naar aanleiding van het AMO-jaarplangesprek kwamen twee docenten naar me toe met een uitgewerkt plan voor hun persoonlijke ontwikkeling. Ze waren enthousiast en hadden heel concreet voor ogen hoe zij aan de slag wilden gaan met een onderwijsvernieuwing. Twee van die jonge honden die voor de troepen uit lopen dus. Daar maak ik natuurlijk graag gebruik van!” Yvonne voegt toe: “Collega’s pakken inderdaad sneller hun verantwoordelijkheid. Dat komt ook omdat we medewerkers hun zelfstandigheid gunnen. Ze krijgen de ruimte om met initiatieven te komen, om zelf aan de slag te gaan. We gunnen ze als het ware een leeg vel. Net zoals ik dat binnen mijn functie krijg.”

Gouden tip

“Kom uit je groef: Moedig collega’s aan om het eens op een andere manier te doen: werkt verfrissend en roept creativiteit op!”