INTERVIEW

Martien van der Kraan • Gemeentesecretaris Dordrecht

‘Organiseer op enthousiasme – dat werkt écht’

Martien van der Kraan is op regionaal niveau een voortrekker om Zuid-Holland Zuid mee te krijgen in de voorbereiding op de Omgevingswet. De gemeentesecretaris van Dordrecht is voorzitter van een regionale stuurgroep en lid van een provinciaal platform, waar kennis en goede ervaringen met andere regio’s worden gedeeld. Hij houdt van de synergie die dat oplevert.

Wat is je rol als gemeentesecretaris in de regio?
“In onze regio is ervoor gekozen gezamenlijk keuzen te maken. Vanuit de centrumgemeente ben ik voortrekker hierin. We zijn vooral uitgegaan van enthousiasme: natuurlijk zijn er lastige zaken aan de wet, maar wat zijn de vrolijke dingen? Voor de buitenwereld: dat we meer met de omgeving samenwerken, er meer integraal beleid komt, dat het beleid ook eenvoudiger en transparanter wordt en dat de procedures korter worden. Ook intern zijn er voordelen: we krijgen minder last van rijksregels en gemeenten krijgen meer ruimte, maar je kunt ook participatie samen met lokale partners opzetten. Je ziet dat raadsleden en collegeleden daadwerkelijk enthousiast worden. Het ging echt bij ze leven dankzij een spel, waarin iedereen een rol van een partner vervulde.”

Wat is je rol als lid van het provinciaal platform?
“We wisselen er kennis uit tussen de regio’s. We doen dat op locatie. Zo waren we laatst in Nissewaard, waar het Havenbedrijf Rotterdam zijn perspectief voor de toekomst schetste, wat verder ging dan de haven zelf. Ten tweede proberen we gemeenten mee te krijgen in de voorbereiding naar de Omgevingswet toe en gevoel te geven bij de provinciale taken. Het is opgetuigd voor de introductie van de Omgevingswet, maar het lijkt me goed elkaar te blijven zien.”

Voor welke uitdagingen staat de gemeente?
“Met participatie hebben we ervaring – daar komen we wel uit. We moeten alleen nadenken over wat de gemeenteraad aan ruimte gunt, zeker wanneer niet alles klip en klaar zal zijn: je kunt niet meer alleen van het wettelijk kader uitgaan, je moet proactief nadenken over wat je wilt. We hebben al één vingeroefening gehad en gaan nu serieus oefenen om te zien waar we tegenaan lopen. We hebben drie cases uit de Drechtsteden opgepakt om te zien hoe je met afwegingen omgaat. We hebben één handicap: pas in het voorjaar van 2019 hebben we een digitaal stelsel waar we mee kunnen oefenen.”

Het college en de raad volgen een gezamenlijk traject. De raad zal alleen iets moeten loslaten, terwijl ze nog niet weet hoe het uitpakt. Hoe meer uniek een gebied is, hoe sterker de raad dat zal willen beschermen.”

Hoe sta je tegenover de regionale samenwerking?
“Wanneer je iedereen aan de voorkant meeneemt, werkt dat heel relaxed. Er ontstaat synergie. Dat geeft vertrouwen voor de toekomst. En wanneer belangen níet samenkomen, heb je in ieder geval ervaring hoe je daarmee omgaat. Het zal best een keer botsen, maar dan is er wel begrip voor elkaar.”

Wat heb je te brengen aan andere regio’s, en wat te leren?
“Wij hebben ervaring met hoe je aan de voorkant elkaar vindt; dan kom je veel verder. En we kunnen vertellen hoe enthousiasme organiseren werkt. Niet dat we alles nu bedacht hebben, want anderen hebben vast dingen ontdekt die wij nog niet wisten.

Van hun wil ik praktijkervaring leren. Hoe los je het bijvoorbeeld op wanneer je belangen niet bij elkaar weet te brengen. Je hebt tegenwoordig overleg in de buurt. Dat gaat niet altijd goed. Hoe zorg je ervoor dat processen dan toch rustig verlopen?”