head3.jpg

Om van tevoren over na te denken

Wat moet u weten bij het ondernemen in een fragiele staat? Hoe gaat u om met het containerbegrip decent work? En wat zijn de vijf grootste hordes die u moet slechten als u een bedrijf in een ontwikkelingsland gaat starten? Drie aspecten uitgelicht die de nodige hersengymnastiek vooraf vereisen.

1. Decent work

decent-w-v2.jpg

Decent work

1. ‘Een leefbaar loon is een mensenrecht’


Decent work (fatsoenlijk werk) staat onder andere voor een eerlijk inkomen, veiligheid en gezondheid op de werkplek, sociale bescherming en het recht op organisatie. Een van de hoofd­criteria is een leefbaar loon. Wat is dat en hoe ga je daar als rijke westerse onder­nemer mee om?

Een leefbaar loon biedt mensen voldoende geld voor primaire levens­behoeften als eten, onderdak en kosten voor gezond­heids­zorg. “In ontwikke­lings­landen is er in de praktijk een gap tussen het leefbaar loon en het daad­werkelijke, lagere, salaris”, zegt Johannes Borger, project­adviseur van RVO.nl. “Wees je daarvan bewust. Als ondernemer kun je je afvragen of je daar iets aan kunt doen. Ga in gesprek met je stake­holders, vakbonden, leveran­ciers en klanten.”

decentwork-5.JPG
decentwork-2.JPG
decentwork-1.JPG

Mensenrecht

Vooral vrouwen krijgen vaak een veel lager loon dan het leef­baar loon, is de ervaring van Hivos. In de land­bouw werken veel vrouwen in laag­betaalde banen. Bijvoor­beeld als plukkers bij rozen­kwekers in Oost-Afrika. Hivos maakt zich sterk voor een leefbaar loon voor deze vrouwen. “Het is een mensen­recht”, zegt Christine. “Iedereen heeft recht op voeding, een huis, onderwijs.”

De weg naar een leefbaar loon voor iedereen is nog lang. Veel onder­nemers zoeken het in ‘secundaire arbeids­voorwaarden’. Zoals een warme lunch op het werk, gratis gezondheids­zorg of onderwijs. Christine vindt ook empower­ment belangrijk. “Reken niet te veel op de vak­bonden, geef mensen trainingen empower­ment, zodat ze zélf kunnen onder­handelen.”

Minder vaak ziek

Business­cases laten zien dat een hoger loon werkt. Personeel is gemoti­veerder, loyaal aan het bedrijf, productiever en minder vaak ziek. Dat ervaart ook Coen van Wegdam FoodLinks. Zijn bedrijf exporteert vlees naar West-Afrika en bouwt daarvoor grote vries­huizen. Coen: “Wij hebben een hele sterke partner in Ghana, die we hebben gevraagd de hoogte van een leefbaar loon in Ghana te berekenen. We betalen onze werk­nemers iets meer dan dat. We krijgen er motivatie en toewijding voor terug.”

Jan ten Brinke, Agriom

‘Vijftien procent boven het gemiddelde’

“Interessante materie, het vraagstuk van leefbaar loon. Ik had me er nog niet zo mee bezig gehouden. Agriom heeft projecten in Kaapverdië voor de lokale productie van groente en binnenkort ook bloemen. We zijn nu bezig met een coöperatie van het transport tussen de eilanden. We zitten ongeveer vijftien procent boven het gemiddelde loon voor vergelijkbaar werk in Kaapverdië, maar daar hebben we nooit een studie van gemaakt. Ik ga me er toch eens meer in verdiepen.”

JantenBrinke.JPG

John Barendse, hoofd Bedrijfsbureau Ter Laak Orchids

‘Pas op voor sociale onrust’

“Het klinkt me soms wat te idealistisch. Ik denk dat we allemaal wel hetzelfde willen – een leefbaar loon voor iedereen – maar dat we soms kiezen voor een andere weg ernaartoe. Een hoger loon bij één bedrijf kan tot sociale onrust leiden en problemen met lokale bedrijven die dat niet kunnen bieden. In Guatemala, waar wij een orchideeënkwekerij hebben, houden we daar rekening mee. We willen een duurzaam bedrijf zijn en letten ook op andere Decent-Work elementen, zoals niet te lange werkdagen en een goede maaltijdvoorziening. We zijn net begonnen; eerst maar eens banen creëren.”

John Barendse.JPG

2. Ondernemen in fragiele staten

fragiele-1.JPG

Ondernemen in fragiele staten

2. ‘Een goed sociaal netwerk is essentieel’


Burgeroorlog, epidemieën, een haperende energievoorziening. Het zijn flinke calamiteiten waar je tegenaan kunt lopen als je zakendoet in een fragiele staat. Martijn Moonen, projectadviseur bij RVO.nl, weet alles van zakendoen in Afghanistan. Wat zijn volgens hem succesfactoren?

Eigenlijk is het bijzonder dat ondernemers aan de slag willen in landen waar bij lange na niet zeker is of een investering rendeert. Waar vaak nauwelijks sprake is van een rechtsstaat, waar transport lastig is en de energievoorziening nooit zeker. Maar ondernemers redeneren anders: het rendement is groot als een project slaagt. Dan ben je – als het ware - monopolist. De kunst is dan wel om je eigen ‘enabling environment’ te creëren.

Oorlogshandelingen

Martijn Moonen heeft ervaring met PSI-projecten in Afghanistan. Hij stelt dat calamiteiten als een burgeroorlog maar zelden een reden zijn voor het mislopen van een investeringstraject. “Van de 21 PSI-projecten in Afghanistan is er maar eentje mislukt door fysieke oorlogshandelingen. Veel vaker zijn verkeerde beslissingen in het ondernemen de reden voor het mislopen van een project. Maar het conflict dringt door in de haarvaten van de onderneming, en wordt in alle beslissingen meegenomen.”

Informele netwerken

Waar ondernemers zich vaak richten op de formele instituties, hebben zij ook rekening te houden met informele instituties, stelt Martijn. Denk aan dorpsoudsten en “non-state actors”. “Een recent voorbeeld zag je in Ethiopië. Een ondernemer daar die zijn problemen oploste via de formele instituties, werd in de ogen van sommigen partner van de gehate regering.” Aansluiten bij informele, lokale netwerken is voor een ondernemer heel belangrijk. Martijn: “Dat sociale netwerk bepaalt of je veilig kunt opereren en in welke mate je belemmeringen tegenkomt zoals elektriciteit, infrastructuur etc. Een goede lokale partner is essentieel.”

Corruptie is blijvend

Een ander groot probleem in fragiele staten is corruptie. ‘In een fragiele staat ontvangen ze je graag als je geld hebt. Maar als je er eenmaal zit, dan zeggen ze dat er allerlei vergunningen nodig zijn waar je ze eerder niet over hebt gehoord’, is een veelgehoorde klacht van ondernemers. Maar corruptie is een blijvend probleem, waarschuwt Martijn.

DGGF

Investeringen in fragiele staten kunnen worden gefinancierd via het Dutch Good Growth Fund (DGGF). Dat is een lening of garantstelling van de rijksoverheid. Via verzekeraar Atradius is bovendien het risico van calamiteiten als burgeroorlog of epidemie af te dekken.

fragiele-2.JPG
fragiel1.jpg

Hanno Kiezebrink, directeur Kiezebrink Putten BV

‘Onvoorspelbare risico’s’

“Er is best wel wat discussie over de vraag of de DGGF-methode werkt voor fragiele staten. In fragiele staten loop je grote onvoorspelbare risico's die ertoe kunnen leiden dat je project mislukt. DGGF is een lening waarmee ik in Nederland moet zorgen voor ‘dekking’ via mijn Nederlandse onderneming. Ik wil vanuit een MVO-gedachte mijn ondernemerskwaliteiten inzetten in een fragiele staat. In Nederland ben ik verantwoordelijke voor een onderneming met 50 werknemers. Het kan niet zo zijn dat mijn Nederlandse onderneming risico's draagt voor mijn inzet in een fragiele staat. Dan gaat DGGF niet werken.”

S.H. Kiezebrink.JPG

Willem Barend van Os, AgriFoodTrade BV

‘Toch weer eens kijken’

“Voor veel ondernemers is het financieringsvraagstuk belangrijk op het moment dat ze gaan ondernemen in een fragiele staat. Dat is namelijk nogal gecompliceerd. Ik heb ooit een telefonisch gesprek gevoerd over de mogelijkheden van DGGF, en vond daar zoveel haken en ogen aan zitten dat ik dacht: dat doe ik niet. Maar ik hoor ook dat er allerlei mogelijkheden zijn om risico’s te verzekeren. Ik ga er dus toch weer eens naar kijken.”

W.B. van Os.JPG

3. Vijf grote obstakels

fragiele-3.JPG

Vijf grote obstakels

3. Ondernemen in ontwikkelingslanden: een hordeloop?


Wat zijn de grootste obstakels die ondernemers ervaren als zij aan de slag gaan in ontwikkelingslanden? Uit de enquête van RVO.nl naar de effecten van zestien jaar PSOM/PSI komen er vijf naar voren. Maar hoe ga je die hordeloop tot een goed einde brengen?

Beschikbaarheid van grondstoffen, corruptie, toegang tot financiering, het verkrijgen van vergunningen en het lokale belastingsysteem: dat zijn de vijf grootste hordes die genomen moeten worden om succesvol te kunnen opereren in een ontwikkelingsland.
Ondernemers die actief zijn in ontwikkelingslanden herkennen deze hordes. Hoe zij daar vervolgens mee omgaan, dat is nogal verschillend. Drie voorbeelden ter illustratie.

fragiele-2.JPG
fragiele-3.JPG

‘Leer eerst de cultuur kennen’

“Veel obstakels zijn bekend. Mijn advies om hiermee om te gaan is om eerst goed de cultuur van de mensen te leren kennen en vanuit die ervaring een juiste partner te zoeken. Dat is essentieel. Zo hebben wij meerdere keren een uitwisseling laten plaatsvinden tussen Nederlandse ondernemers en businesspartners uit Soedan zelf. Dat werkte uitstekend. Vanuit die relatie kun je verder bouwen.”

Een ondernemer in Soedan

‘Tegen corruptie valt niet te vechten’

“Ik herken veel van de problemen. De langdurige trajecten waar je mee te maken hebt, de corruptie. We hebben het geprobeerd, maar tegen corruptie valt niet te vechten. Zo werd bijvoorbeeld ook onze lokale partner onder druk gezet. Maar die mensen zitten zo in het systeem, je kunt het hen niet kwalijk nemen dat ze in dit gedrag meegaan. Ik heb uiteindelijk besloten die wedstrijd niet meer te spelen, ik doe er niet aan mee.”

Een ondernemer in Afrika

‘Mijn advies? Doorzetten!’

“Het is lastig om als Nederlands ondernemer de controle te houden. Ik positioneer me in eerste instantie als investeerder. Wil ik het project immers succesvol van de grond krijgen, dan zullen de lokale jongens het moeten doen. Verder heb ik een Nederlands accountsbureau dat samenwerkt met een lokale partner. Wat niet gemakkelijk is, want het is een cash gedreven land, dat niet werkt met bonnen en facturen. En leg dat maar eens uit aan de Nederlandse belastingdienst. Mijn advies? Doorzetten, net zolang tot je toch een bonnetje krijgt.”

Een ondernemer in Egypte

Lotte Mastwijk, LC Packaging

'Je moet veel geduld hebben’

“Elke ondernemer loopt tegen dezelfde problemen aan. Ik hoorde ook nu weer dat een goede lokale partner van groot belang is. Eens. Daarnaast hebben wij veel gehad aan de Nederlandse ambassade, zij kennen bijvoorbeeld betrouwbare notarissen. Je moet veel geduld hebben, de cultuur leren kennen en het vertrouwen van je medewerkers winnen kost nu eenmaal tijd. Maar het lukt ons aardig: we hebben inmiddels 650 medewerkers die big bags maken. Mooi toch?”

L.Mastwijk .JPG

A.H. Shamat, ondernemer in landbouwmachines

‘Corruptie als spelbreker’

“Helaas spelen deze problemen al jaren, er verandert niet veel. Ik ben zelf 42 jaar geleden uit Soedan gekomen en ik draag het land een meer dan warm hart toe. Ik wil de armoede daar weghalen. De Nederlandse banken maken echter geen onderscheid in de soort handel die je daar drijft: vanwege de corruptie mag er geen zaken worden gedaan met Soedan. Ik vind dat spijtig en blijf vechten om hiervoor een oplossing te vinden.”

A.H. Shamat.JPG

Ondernemen in ontwikkelingslanden; Toen & Nu