head5.jpg

Ondernemen in ontwikkelingslanden

Zij doen het al

Peter Vlug en Jan Kremer zijn gepokt en gemazeld in het ondernemen in ontwikkelingslanden. De één doet in plastic verpakkingsmateriaal, de ander in zonnebloempitten en sesamzaad. Wat zijn hun ervaringen?

Peter Vlug, directeur Dillewijn Group

‘De grootste winst zit bij onze klanten’

Peter Vlug verovert sinds een aantal jaren met Mapflex de Keniaanse markt met flexibel plastic verpakkingsmateriaal. Het was een grote stap naar Afrika, maar wel een succesvolle.

3-peter-vlug.jpg

Mapflex is een joint venture die plastic verpakkingen produceert voor groente en fruit. De speciale eMAP-technologie zorgt voor langere houdbaarheid van producten. Door de flexibele plastic verpakking gaat minder voedsel verloren tijdens het transport, en omdat het materiaal lichter is dalen de transportkosten.

Volgens Peter was het project nooit zo geslaagd zonder PSI-bijdrage. “Lokale financiering is in Afrika vrijwel onmogelijk. De aanpak van RVO.nl was heel zakelijk. Als ondernemer ben je gewend gewoon te beginnen, maar nu moest ik een plan maken met concrete doelstellingen. Over de joint venture, de bedrijfsruimte, het in dienst nemen van personeel en nog meer. Daarvan heb ik geleerd hoe ik dit in het buitenland moest aanpakken.”

Stimulans Keniaanse economie

Mapflex had tal van moeilijkheden te overwinnen. “Zeventig procent van je tijd zit in ‘red tape’, bureaucratische regelgeving, en zaken rond politie en corruptie. Je hebt ook te maken met een andere werkmentaliteit. De output ligt lager, ook al geef je nog zoveel trainingen. Mensen in Kenia zijn gewend te improviseren.”

Het succes van Mapflex – het bedrijf zit inmiddels ook in Zuid-Afrika – is niet alleen goed nieuws voor het bedrijf zelf. “Wij stimuleren hiermee de economie. Onze klanten zijn Keniaanse kwekers. Zij kunnen meer exporteren, omdat er minder voedsel bederft. Wij hebben onze verkoop verachtvoudigd, maar de echte winst zit bij de klanten. Al met al hebben we een winstgevend bedrijf weten neer te zetten en kan ik zeggen dat we het ontvangen overheidsgeld goed hebben benut.”

Jan Kremer, directeur Kremer Zaden:

‘Zorg voor een sterke partner’

Jan Kremer begon zijn buitenlandavontuur in Burkina Fasso. Ondanks de nodige rampspoed is zijn liefde voor het land gebleven. Later volgde Moldavië en inmiddels zijn er zelfs plannen voor pindateelt in Egypte.

3-jan-kremer.jpg

Jan werd gevraagd om in Burkina Faso te helpen met het verbeteren van de kwaliteit van sesamzaad. Kremer Zaden heeft daar in Nederland veel ervaring mee. Samen met een lokale partner begon Jan een PSI-project voor state-of-the-art zaad. De beste ondernemingskeuze? “Ons aansluiten op de kabel van de plaatselijke bierfabriek. Die blijft altijd draaien.”

Moldavië

Het verhaal van de fabriek in Burkina Faso kent veel tegenslag. Van een failliete partner in Nederland tot ebola in de buurlanden en van niet terugbetaalde leningen tot een volksopstand. De productie gaat door, maar wel op een laag pitje. In 2010 werd de blik op nog een ander land gericht: Moldavië. Ook hiervoor diende Jan een PSI-aanvraag in. “Je kunt in Moldavië alleen beginnen als je een heel goede lokale partner hebt. Daarmee maakten we een plan voor onder andere een nieuwe fabriek, beter zaaizaad voor boeren, voedselveiligheid en goed opgeleid personeel.”

Praten, praten, praten

Al is Moldavië ook instabiel en kijkt Poetin altijd mee, het is er goed zakendoen. Jan: “Wij voelen ons nergens onveilig. Communicatie is het sleutelwoord. Praten, praten, praten. En de sleutel tot succes: zorg voor een hele sterke partner.”
Heeft hij tot slot hulp gehad van RVO.nl? “Als je goed communiceert, kan RVO.nl je helpen bij tegenslagen en bruikbare raadgeving. Mijn tip: schrijf niets in een projectplan dat je niet kan overzien.”

Ondernemen in ontwikkelingslanden; Toen & Nu