
Even een moment van stilte. Wouter Koolmees, als minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onder meer verantwoordelijk voor integratie, zoekt naar het antwoord op de vraag hoe hij aankijkt tegen polarisatie in het algemeen. "Weet je", zegt hij een ogenblik later, "aan de ene kant is het goed dat er discussie is, ook over gevoelige onderwerpen. Wetenschapper Heleen Schols bestudeerde vier jaar lang het Pietendebat. Zij schrijft in haar dissertatie dat het protest tegen Zwarte Piet de maatschappelijke discussie over nationale identiteit en racisme een stapje verder brengt. Zo bezien is het debat waardevol. Tegelijkertijd zijn discussies over identiteit altijd lastig geweest. Door de aanwezigheid van nieuwe diversiteit zijn deze steeds complexer geworden, wat tot allerlei spanningen leidt. Het debat hierover moeten we niet uit de weg gaan; het mag best schuren. Maar als het leidt tot bedreigingen en geweld en als mensen zich belemmerd voelen in het uiten van hun mening, passeren we een grens. Als overheid hebben wij hierin een beschermende rol."
In dat debat over de kleur van Piet, maar ook bij andere onderwerpen, gaat het er vaak heftig aan toe. Welke positie neemt u dan in?
"Formeel hebben wij – als kabinet – geen standpunt over de kleur van Piet. Dat is aan de maatschappij, aan de organisaties, aan de NTR, aan de gemeenten. Dat is niet voor niets. De kleur van Piet is onderdeel van een maatschappelijke discussie. Wel moeten wij ministers, burgemeesters, wethouders het mogelijk maken dat verschillende meningen geuit kunnen worden. Dat is een delicaat evenwicht waarbij je continu instrumenten moet zoeken die ervoor zorgen dat het blijft bij uitwisseling van ideeën en dat het niet escaleert. En als dat wel gebeurt, dat we dan ook weten hoe we moeten de-escaleren."
Hoe belangrijk is het om als bestuurder zelf een mening te hebben in dat debat?
"Als burger heb ik een mening. Maar die houd ik voor me. Als ik als minister mijn oordeel geef, zit ik in een pool. Er wordt een extreem standpunt tegenover gezet. En daar tegenover komt een ander extreem standpunt. Ik voer als minister liever de dialoog. Ik ga graag het gesprek aan over het ongemak, ik wil graag horen waar de pijn zit om te begrijpen waar de blokkade zit om de ander te ontmoeten en waar de ruimte zit om verbinding tot stand te brengen. Daarmee creëren we ruimte voor het geluid van het midden en kunnen we depolariseren; of ook wel polarisatie ontstijgen."
Als bestuurder geen standpunt innemen… dat klinkt tegennatuurlijk.
"Dat is inderdaad moeilijk. In het politieke debat word je vaak gedwongen tot het innemen van een normatief standpunt. Dat geldt voor mij als minister, maar ook voor burgemeesters. Belangrijkste is dat je je als bestuurder bewust bent van je rol in het debat. Daarin hoef je polarisatie niet altijd uit de weg te gaan, want polarisatie is niet altijd slecht. Zaken kunnen door polarisatie soms beter boven tafel komen. Maar als bestuurder is het van groot belang om na te denken over de positie die je hierbij kiest. Wat is het gemeenschappelijke belang? Welke acties of strategie kun je het beste inzetten? Welke woorden en taal gebruik je in het gesprek? Wat voor effect heeft dat op de burger?"
Even een stapje terug: is Nederland meer gepolariseerd dan vroeger?
"Polarisatie is altijd geweest, of het minder of meer is geworden kan ik niet exact zeggen. Vroeger uitte je je mening veel binnen je eigen kring (groep) en in de kroeg. Toen had je een verzuild stelsel waarin mensen van verschillende zuilen niet met elkaar spraken. Door de digitalisering heeft polarisatie een andere dynamiek gekregen. Zeker, er is bij sommige onderwerpen sprake van echte boosheid en daaruit voortvloeiend georganiseerd verzet met als doel de rechtsorde te ondermijnen. Burgers zijn veel mondiger geworden en durven door digitalisering veel meer te zeggen en op te schrijven. Dat is zeker een groot goed , maar als bestuurder moet je voorkomen dat je in discussie gaat met de twee polen. Want dan genereer je juist brandstof voor polarisatie."
Wat is dan wel een juist handelingsperspectief?
"In plaats daarvan is het van belang om te begrijpen wat de polarisatiedynamiek is: waar gaat het precies over? Wat zit er precies achter de boosheid en de frustratie? Als we dat kunnen benoemen, dan begrijpen we veel beter wat personen of groepen drijft. Vervolgens kunnen we in gesprek gaan, en vanuit dat contact een deel van de boosheid wegnemen. Zo bezien is de samenleving minder gepolariseerd dan het soms lijkt."
Uw eigen ministerie heeft de handreiking 'Inzicht in (de)polarisatie gemaakt. Waarom?
"Deels vanuit mijn eigen ongemak rondom polarisatie. Maar ook vanuit de behoefte van burgemeesters en andere bestuurders die te maken hebben met verschillende vormen van polarisatie. Denk aan de discussie over Piet, maar ook aan moslimextremisme en rechtsextremisme. De handreiking biedt hen handvatten voor en tips over hoe je met zo'n gepolariseerde situatie omgaat."